Naar boven ↑

Rechtspraak

ING Bank N.V./werknemer
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Middelburg), 26 februari 2014
ECLI:NL:RBZWB:2014:3135

ING Bank N.V./werknemer

Frauderende werknemer ING Bank handelt onrechtmatig en wordt veroordeeld de schade van € 500.000 en onderzoekskosten van € 70.000 te vergoeden.

Werknemer is op 15 september 2007 in dienst getreden bij ING. Hij was werkzaam in de functie Adviseur Kantoren A. Werknemer was uit hoofde van die functie verantwoordelijk voor productadvies aan particuliere en zakelijke klanten. ING vordert betaling van een bedrag van € 898.233,91 van werknemer. Daartoe wordt het volgende aangevoerd. Werknemer heeft ING schade toegebracht door fraude te plegen en daarvan te profiteren. Werknemer heeft, zonder dat hij daartoe gerechtigd was, gegevens van ING-klanten verzameld en gebruikt voor persoonlijk gewin en heeft die gegevens tevens aan derden verstrekt. Werknemer heeft hiervoor ook betaald gekregen. Werknemer heeft hierdoor gehandeld in strijd met de op hem van toepassing zijnde bepaling van de ING Gedragscode. ING heeft schade geleden omdat zij verplicht is de schade die haar klanten als gevolg van frauduleuze betalingstransacties lijden te vergoeden. Werknemer is, nu hij opzettelijk klantgegevens heeft verzameld, gebruikt en aan derden heeft verstrekt, op grond van artikel 7:661 BW gehouden de schade die ING daardoor geleden heeft en nog zal lijden te vergoeden. Werknemer heeft in strijd met artikel 273 van het Wetboek van Strafrecht gehandeld. Werknemer heeft dus ook onrechtmatig jegens ING en haar klanten gehandeld en is jegens ING ook op grond daarvan aansprakelijk voor de schade die zij als gevolg daarvan heeft geleden.

De rechtbank oordeelt als volgt. Als onbestreden en door werknemer erkend staat vast dat hij binnen de uitoefening van zijn functie bij het ING-kantoor Bergen op Zoom fraude heeft gepleegd. Werknemer betwist niet dat hij heeft gehandeld in strijd met de op hem van toepassing zijnde bepalingen uit de ING Gedragscode. De rechtbank is van oordeel dat gelet daarop vaststaat dat werknemer tekortgeschoten is in de uitvoering van zijn arbeidsovereenkomst en dat hij, gelet op de aard van de tekortkoming, ook onrechtmatig jegens ING heeft gehandeld. Werknemer is, nu gelet op de aard van de tekortkoming vaststaat dat er bij werknemer sprake is geweest van opzet, gehouden om de schade die als gevolg van zijn handelen voor ING is ontstaan te vergoeden. De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheid dat werknemer kennelijk door derden is benaderd om frauduleuze handelingen te plegen en daaraan heeft toegegeven voor zijn rekening en risico komt en aan de toerekenbaarheid van zijn handelen niet in de weg staat. Het had op de weg van werknemer gelegen om direct op het moment dat hij benaderd werd, en voordat hij ook maar enige handeling verrichtte op grond waarvan betrokken derden de indruk zouden kunnen krijgen dat hij mee zou werken aan hun voorstellen en/of geïntimideerd was door hun handelen, daar intern melding van te maken en/of, eventueel in samenspraak met zijn werkgever, de politie in te schakelen. Het causaal verband tussen het frauduleuze gedrag van werknemer en de schade voor ING is komen vast te staan. Alle omstandigheden afwegende zal de rechtbank de vordering van ING ter zake van de schade ontstaan als gevolg van de fraude matigen en een bedrag van € 500.000 toewijzen omdat aangenomen moet worden dat toewijzen van het hele gevorderde bedrag in de onderhavige omstandigheden tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen zal leiden. De rechtbank stelt de op werknemer te verhalen onderzoekskosten in redelijkheid vast op een bedrag van € 70.000.