Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Havik Auto B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 8 april 2014
ECLI:NL:RBNHO:2014:10527

werknemer/Havik Auto B.V.

Ontslag op staande voet wegens diefstal na dienstverband van 23 jaar rechtsgeldig.

Werknemer is sinds 1996 in dienst van (een rechtsvoorganger van) Havik. Havik handelt, verhuurt en repareert auto’s van de merken Opel en Chevrolet. Werknemer werkte voor het laatst in de functie Partsmanager/Chef Magazijn. Hij is op 14 januari 2014 op staande voet ontslagen. Aan werknemer is meegedeeld dat de dringende reden voor het ontslag op staande voet was gelegen in het feit dat werknemer zonder toestemming aan Havik toebehorende goederen mee naar huis had genomen, te weten een gasfles, ruitenwisserbladen, ruitenwisservloeistof en een accu. Daarbij is door Havik mede als dringende reden genoemd dat werknemer, daarnaar gevraagd, niet direct de waarheid heeft verteld, dat de handelingen structureel van aard zijn en dat het vertrouwen in werknemer ernstig en onherstelbaar is verstoord. Werknemer beroept zich op de vernietigbaarheid van het ontslag.

De kantonrechter oordeelt als volgt. In juli en september 2013 zijn naar aanleiding van onverklaarbare voorraadverschillen bij het magazijn camera’s geplaatst. In januari 2014 zijn de complete beelden door het recherchebureau bekeken, waarna in de tweede week van januari 2014 Havik over de resultaten daarvan is ingelicht en Havik die beelden heeft gezien. Vervolgens heeft Havik in het kader van hoor en wederhoor met werknemer op 13 januari 2014 een gesprek gehad. Daarna is het ontslag op staande voet gevolgd op 14 januari 2014, waarbij de dringende reden daarvoor in ieder geval bij brief van 14 januari 2014 aan werknemer is bekendgemaakt. Gelet op die gang van zaken is het ontslag onverwijld gegeven en is de reden daarvoor ook gelijktijdig meegedeeld.

Op de zitting heeft werknemer erkend dat hij bij vier gelegenheden zonder toestemming goederen van Havik uit het magazijn heeft weggenomen en heeft meegenomen naar huis. Het gaat daarbij, mede gelet op de door Havik overgelegde stukken en camerabeelden, om het wegnemen van een accu, een gevulde gasfles, ten minste twee dozen met 12 flessen (per doos) ruitensproeiervloeistof van 500 ml, en het wegnemen van ruitenwisserbladen. Het wegnemen van die goederen is door Havik terecht aangemerkt als diefstal. Werknemer heeft die goederen immers bewust meegenomen met het doel om die goederen zich toe te eigenen, zoals hij ook heeft gesteld in een e-mail van 15 januari 2014. Dat werknemer het wegnemen van de goederen niet als diefstal heeft ervaren, maar als ‘vergoeding’ voor een niet verstrekte brandstofpas, doet er niet aan af dat sprake is van diefstal. Werknemer weet of behoort te weten dat een discussie over een vergoeding voor brandstofkosten nooit eigenmachtig door hem kan worden ‘opgelost’ door het wegnemen van goederen. Dat werknemer zou hebben gehandeld in een ‘vlaag van verstandsverbijstering’, zoals hij zegt in een tweede e-mail van 15 januari 2014, kan de kantonrechter niet inzien, omdat de goederen zijn weggenomen op vier verschillende momenten over een periode van enkele maanden. Geoordeeld wordt dat het ontslag rechtsgeldig is. De omstandigheid dat werknemer ten tijde van het ontslag een dienstverband had van 23 jaar en dat hij naar behoren functioneerde, weegt tegenover de aard en ernst van de dringende reden voor het ontslag op staande voet niet zwaar genoeg om te oordelen dat dit ontslag niet gerechtvaardigd is.