Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/X c.s.
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 3 december 2014
ECLI:NL:RBLIM:2014:10324

werknemer/X c.s.

Toewijzing vordering tot betaling achterstallig loon en verlofuren na onverwijlde opzegging Wajong-gerechtigde. Geen aansprakelijkheid voor schade bedrijfsbus.

Werknemer is van 2 april 2012 tot en met 3 mei 2013 in dienst geweest. Hij vordert betaling van achterstallig loon en verlofuren en voert daartoe het volgende aan. Er is geen grond voor inhouding van loon wegens een aanrijding (bij gebreke van opzet of bewuste roekeloosheid). Werknemer had goede gronden om (onverwijld) op te zeggen omdat X, zijn leidinggevende, onvoldoende rekening hield met zijn medische beperking als uitkeringsgerechtigde in de zin van Wajong. X deed niets om het werk van werknemer te vergemakkelijken. Werknemer handelde steeds in overleg met zijn jobcoach en ging zelf correct met het materiaal (ook de bus) om. Werknemer heeft dan ook nooit ingestemd met inhouding van enig bedrag op zijn loon omdat hij aansprakelijkheid voor schadetoebrenging aan de (onveilige) bus van de hand wijst.

De kantonrechter oordeelt als volgt. In theorie had X juridische middelen ten dienste gestaan om zich teweer te stellen tegen de onverwijlde opzegging van werknemer. Dit is echter niet gebeurd. Een tegenvordering is niet ingesteld, laat staan dat X daar de vereiste onderbouwing aan geeft. Voor zover zij zich al beroept op verrekening, is dit veel te vaag en kan de kantonrechter dit passeren omdat de gegrondheid van zo’n (in alle opzichten bestreden) verweer niet op eenvoudige wijze vast te stellen is (art. 6:136 BW). Voorts realiseert X zich kennelijk niet dat een werknemer slechts in uitzonderlijke gevallen van door de werkgever te stellen én te bewijzen opzet of bewuste roekeloosheid aan te spreken is op vergoeding van aan de werkgever toegebrachte schade. Daaromtrent is echter niets gesteld. Ten onrechte is € 250 op het loon ingehouden vanwege de schade aan de bus. Voorts worden de gevorderde niet betaalde verlofuren toegewezen. Ook de nevenvorderingen zijn door X niet bestreden, hoewel ter zake van de buitengerechtelijke kosten en de proceskosten wel relevant is dat X onweersproken in haar antwoord naar voren gebracht heeft dat zij door de vordering in rechte overvallen is nadat haar reactie op de enkele brief van de raadsman van werknemer waarbij een claim aangekondigd was, onbeantwoord gebleven was. Dat laatste verweer snijdt hout, nu werknemer zelfs niet de moeite genomen heeft in voortgezet debat op deze tegenwerping in te gaan. De proceskosten worden aldus gecompenseerd, dat iedere partij de eigen kosten draagt.