Naar boven ↑

Rechtspraak

gemeente Amsterdam/werkgever
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 26 augustus 2014
ECLI:NL:GHAMS:2014:3576

gemeente Amsterdam/werkgever

Vrijwaring gemeente jegens opdrachtnemer voor schending zorgplicht, laat onverlet dat de gemeente aansprakelijk is op grond van artikel 6:174 BW bij gebreken aan de bedrijfsruimte als zodanig. Deze kosten kunnen niet worden verhaald op de opdrachtnemer (schoonmaakbedrijf).

Partijen hebben op 31 mei 2007 een Raamovereenkomst Facilitaire Maincontracting (hierna: de raamovereenkomst) gesloten inzake (onder meer) de industriële schoonmaakdienstverlening op het terrein van het aan de gemeente toebehorende Afval Energie Bedrijf door X. X heeft voor het uitvoeren van voornoemde dienstverlening als onderaannemer CSU Cleaning Services (hierna: CSU) ingeschakeld. De werknemer van CSU is in de uitoefening van de werkzaamheden een ongeval overkomen, doordat de veegmachine die hij bestuurde en die op de schuinte van een muur reed van die muur is afgekanteld en op werknemer, die uit de cabine was gesprongen, is terecht gekomen. Het rapport vermeldt voorts dat de muur, die afscheiding vormde met de wielwasstraat, slecht zichtbaar was en dat de belijning op de weg niet zichtbaar was door de aanwezigheid van een laag modder. CSU heeft de gemeente aansprakelijk gesteld voor de schade. In deze procedure verhaalt de gemeente een deel van de schadevergoeding op X (opdrachtnemer).

Het hof oordeelt als volgt. Dat zich een situatie voordoet als bedoeld in artikel 18.11 van de raamovereenkomst kan niet als juist worden aanvaard. In het onderhavige geval is de schade niet toegebracht ‘als gevolg van de aanwezigheid van zaken van Opdrachtgever bij Opdrachtnemer ter uitvoering van de raamovereenkomst’ maar doordat de veegmachine reed op een bedrijfsterrein dat gebrekkig/onveilig was omdat deze door een muurtje werd afgescheiden van de naast gelegen wielwasstraat op een wijze die niet voldoende zichtbaar was. De gemeente is daarvoor aansprakelijk gehouden op grond van het bepaalde in artikel 6:174 BW en heeft deze aansprakelijkheid kennelijk aanvaard. Het beroep van de gemeente op artikel 20 van de algemene inkoopvoorwaarden wordt tevergeefs gedaan. Noch het bepaalde in het eerste lid noch het bepaalde in het derde lid van dit artikel biedt grondslag voor het aannemen van een verplichting van X om de gemeente te vrijwaren voor schade die het gevolg is van gebreken van een aan de gemeente toebehorende opstal: voor zover dit niet reeds duidelijk is op grond van de tekst van voornoemde bepalingen brengt een redelijke uitleg daarvan dit mee. Bij het voorgaande komt dat uit de onveiligheid/gebrekkigheid van het bedrijfsterrein ontegenzeggelijk aanspraken voortvloeien die verband houden met de zorgplicht bedoeld in artikel 7:658 BW en dat tussen partijen niet in geschil is dat de gemeente X op grond van artikel 18.7 van de raamovereenkomst voor dergelijke aanspraken dient te vrijwaren.