Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Enthone B.V.
Rechtbank Oost-Brabant, 24 december 2014
ECLI:NL:RBOBR:2014:8104

werknemer/Enthone B.V.

Ontslag statutair bestuurder wegens functieverval is niet kennelijk onredelijk. Functie werknemer heeft na herstructurering andere invulling gekregen. Afwijzing gevorderde betaling incentive.

Werknemer is op 1 april 1990 bij Enthone in dienst getreden. Met ingang van 1 mei 2008 is hij benoemd tot Managing Director, statutair directeur, van Enthone. In september 2012 is hij benoemd tot Regional Business Vice President Central Europe. Bij aandeelhoudersbesluit van 13 augustus 2013 is werknemer ontheven van zijn verantwoordelijkheid als statutair directeur. Tevens is op die datum de arbeidsovereenkomst van werknemer met ingang van 1 januari 2014 beëindigd. Werknemer vordert voor recht te verklaren dat de opzegging kennelijk onredelijk is. Primair stelt hij dat sprake is van een valse of voorgewende reden (hij betwist de bedrijfseconomische redenen), subsidiair beroept hij zich op het gevolgencriterium.

De rechtbank oordeelt als volgt. Dat er sprake is van een valse reden en/of een voorgewende reden op grond waarvan het ontslag kennelijk onredelijk moet worden geacht volgt niet uit hetgeen werknemer heeft gesteld. Hij heeft niet althans niet voldoende gemotiveerd betwist dat er door Enthone een herstructurering is doorgevoerd. Volgens werknemer is er na het hem gegeven ontslag een nieuwe Regional Business Vice President Central Europe aangesteld zodat er van verval van zijn functie geen sprake is. Tussen partijen staat echter vast dat de na het ontslag van werknemer benoemde Regional Business Vice President Central Europe gedeeltelijk andere taken heeft gekregen dan werknemer in zijn gelijknamige functie had. Werknemer heeft niet weersproken dat er onder zijn leiding verschillende reorganisaties zijn doorgevoerd waarbij om bedrijfseconomische redenen personeel is afgevloeid. Dat er in het geheel geen sprake was van zware economische omstandigheden en ‘bad financial results’ kan niet worden geconcludeerd.

Naar het oordeel van de rechtbank moeten de gevolgen van het ontslag worden beoordeeld naar het tijdstip waarop dit ontslag is ingegaan, zijnde 1 januari 2014. Bij de beoordeling van de gevolgen die het ontslag voor werknemer heeft gehad moet derhalve in aanmerking worden genomen dat hij direct aansluitend aan de beëindiging van zijn dienstbetrekking bij Enthone in dienst is getreden bij een nieuwe werkgever, tegen een bruto jaarsalaris van € 108.000, waarbij hij onbetwist ook aanspraak heeft op een bonus. Onder deze omstandigheden kan, rekening houdend ook met de persoonlijke omstandigheden van werknemer zoals zijn leeftijd en de duur van de dienstbetrekking, niet worden volgehouden dat het ontslag kennelijk onredelijk is op grond van het gevolgencriterium. De door werknemer gevorderde betaling van een incentive over 2013 op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, ziet op de wettelijke procedure ter vereffening van schadevergoeding. De vordering van werknemer ziet echter niet op de vergoeding van schade maar op de nakoming van een verplichting uit de arbeidsovereenkomst. Reeds in verband daarmee kan de vordering tot betaling niet worden toegewezen. De gevraagde verklaring voor recht wordt afgewezen.