Naar boven ↑

Rechtspraak

IJsselkids B.V./werknemer
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 16 september 2014
ECLI:NL:RBROT:2014:7633

IJsselkids B.V./werknemer

Pedagogisch medewerker handelt in strijd met gedragsregels door intimiderende Facebook-berichten naar 12-jarige scholiere te sturen. Door dit te verdoezelen zijn alle grenzen van goed werknemerschap overschreden. Voorwaardelijke ontbinding wegens een dringende reden.

Werknemer is op 17 juni 2008 bij IJsselkids in dienst getreden in de functie van pedagogisch medewerker in de buitenschoolse en tussenschoolse opvang. Binnen IJsselkids is een gedragscode bekend, getiteld ‘Deelbeleid Gedragscode Omgangsvormen’. Daarin is onder meer opgenomen dat medewerkers terughoudend zijn in het hebben van persoonlijke (digitale) contacten met klanten. Na een onderzoek naar correspondentie van werknemer op Facebook, is hij op 19 juni 2014 op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief worden de volgende redenen genoemd: ‘U hebt op onbehoorlijke en/of intimiderende wijze, in strijd met uw verplichtingen als werknemer van IJsselkids in de kinderopvang via Facebook gecorrespondeerd met een 12-jarig kind. U hebt haar daarbij onder meer aangeduid als “mooie vrouw”, “lekker ding”, “lieverd”, “mooiste meisje” en aangezet om “iets leuks” met u te gaan doen; U hebt ons onwaarheid verteld door te stellen dat de scholiere niet tot uw vrienden op Facebook behoorde en ter ondersteuning van die bewering vervalste gegevens aan ons overhandigd.’ Thans verzoekt IJsselkids vanwege deze (dringende) redenen voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Naar het oordeel van de kantonrechter is, alle omstandigheden van het geval in aanmerking genomen, sprake van een dringende reden voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Als kinderopvangorganisatie moet IJsselkids kunnen rekenen op de betrouwbaarheid en volstrekte integriteit van haar medewerkers. Een pedagogisch medewerker dient, gelet op de machts- en afhankelijkheidsrelatie ten opzichte van zijn omgang met kinderen, nooit de grens van het betamelijke te overschrijden dan wel de schijn van misbruik van die relatie te wekken. Vaststaat dat werknemer de 12-jarige scholiere aan zijn vriendenaccount van Facebook heeft toegevoegd, waardoor hij de gedragsregels met voeten heeft getreden. Dat de scholiere (tot nog maar kort daarvoor) geen gebruik meer maakte van de buitenschoolse opvang, maakt dit niet anders. Dat werknemer wist dat een dergelijk contact niet de bedoeling was, althans dat dit binnen de organisatie van IJsselkids niet wenselijk was, is eveneens voldoende gebleken, aangezien hij besloot, direct nadat hij met de klacht werd geconfronteerd, om de scholiere uit zijn Facebook-account te verwijderen, haar account te blokkeren en een gemanipuleerde versie van zijn vriendenlijst uit te printen, die hij tijdens het gesprek met zijn leidinggevende heeft overhandigd. Door aldus te verdoezelen dat de scholiere wel degelijk tot zijn vriendengroep behoorde, is werknemer alle grenzen van goed werknemerschap te buiten gegaan. Dat er op zijn naam chatberichten van intimiderende aard naar de scholiere zijn gestuurd, is door werknemer op zichzelf niet betwist, maar hij ontkent wel dat hij dat heeft gedaan. Tegenover de – blote – ontkenning door werknemer staat het onderzoeksrapport, dat op 19 juni 2014 is uitgebracht. Opvallend is dat het Facebook-account van werknemer vanaf 11 juni 2014 – een dag na de schorsing – frequent gedeactiveerd en weer geactiveerd is en er wijzigingen zijn aangebracht. Hoewel werknemer betwist dat het betreffende IP-adres van hem afkomstig is, merkt de kantonrechter op dat net nadat werknemer de door hem op 10 juni 2014 gedownloade – bewerkte – vriendenlijst heeft uitgeprint (10 juni 2014 om 19:02 uur) de eerste ‘Checkpoint’ is gemaakt en het ‘Password’ is gewijzigd, zoals blijkt uit het rapport (om 19:18 uur). Ook blijkt uit het rapport dat de chatberichten handmatig uit de historie zijn verwijderd op het moment dat de klacht over werknemer is ingediend. Hoewel werknemer zijn bedenkingen heeft geuit tegen de conclusies van dit rapport, heeft hij daartegenover niets gesteld om de inhoud van dit rapport ongeloofwaardig te doen zijn.