Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 26 januari 2015
ECLI:NL:RBAMS:2015:487
Chipsoft B.V./werknemer
Werknemer is in dienst van Chipsoft. Op 8 november 2013 heeft werknemer gemeld dat hij met de door Chipsoft ter beschikking gestelde mobiele telefoon had gegokt en dat hij in verband daarmee ten laste van het bedrijf aanzienlijke telefoonkosten had veroorzaakt. Op 18 november 2013 heeft werknemer zich ziek gemeld en aan Chipsoft bericht dat hij zich zou laten opnemen in een verslavingskliniek. Op 15 januari 2014 is werknemer op staande voet ontslagen op de grond dat hij op grove wijze misbruik heeft gemaakt van de ter beschikking gestelde telefoon, door daarmee ook tijdens kantoortijden duizenden keren te bellen naar een betaalnummer met het doel daarmee zelf geld te winnen ten koste van Chipsoft. Werknemer heeft zich op de vernietigbaarheid van het ontslag beroepen. De arbeidsovereenkomst is op 10 maart 2014 voorwaardelijk ontbonden, zonder toekenning van een vergoeding. Chipsoft vordert dat werknemer veroordeeld zal worden tot betaling van € 11.806,78 voor vergoeding telefoonkosten, € 6.792,58 wegens gefixeerde schadevergoeding, € 4.253,74 aan studiekosten en € 545 wegens proceskosten in de ontbindingsprocedure.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Vaststaat dat werknemer op rekening van Chipsoft op oneigenlijke wijze gebruik heeft gemaakt van de door Chipsoft ter beschikking gestelde mobiele telefoon en overige communicatiefaciliteiten. Dit is aan te merken als een onrechtmatige daad. Voor de toerekening is opzet of schuld aan de kant van werknemer niet vereist. Nu vaststaat dat de telefoonkosten zijn gemaakt, is de enkele suggestie van werknemer dat Chipsoft deze uiteindelijk niet heeft hoeven vergoeden aan haar provider onvoldoende om aan te nemen dat deze schade niet daadwerkelijk door Chipsoft is geleden. De vordering tot betaling van de door werknemer veroorzaakte telefoonkosten wordt toegewezen.
Ten aanzien van de geldigheid van het ontslag op staande voet wordt geoordeeld dat het ontslag niet onverwijld is gegeven. Blijkens haar eigen stellingen had Chipsoft op 18 december 2014 (na ontvangst van de brief van T-Mobile van 16 december 2014) voldoende inzicht in de door werknemer veroorzaakte schade. Van dat inzicht heeft Chipsoft naar eigen zeggen met name de te nemen maatregel afhankelijk gesteld. Na 18 december 2013 heeft Chipsoft echter nog vier weken gewacht met het geven van het ontslag. Die termijn is te lang om nog van een onverwijlde maatregel te kunnen spreken. Voorts wordt geoordeeld dat er voldoende reden is om aan te nemen dat werknemer indertijd zodanig onder invloed was van zijn verslaving, dat zijn gedrag hem niet verweten kan worden. Een indicatie is het ongelofelijke aantal van 10.000 keer dat hij heeft gebeld. Een dergelijk aantal wijst zonder meer in de richting van dwang. Deze opvatting wordt ook ondersteund door het oordeel van de verzekeringsarts van 8 juli 2014. Dat zijn gedraging werknemer niet valt te verwijten leidt ertoe dat, onder de geschetste omstandigheden, niet van een dringende reden kan worden gesproken. De gevorderde gefixeerde schadevergoeding wordt afgewezen. Nu de dringende reden ontbreekt, dient op de vordering van de betaling van de telefoonkosten het tot 10 maart 2014 ingehouden salaris in mindering te worden gebracht. De vordering tot terugbetaling van de studiekosten wordt door werknemer niet betwist, zodat deze toewijsbaar is. De vordering tot betaling van de proceskosten in de ontbindingsprocedure wordt afgewezen, aangezien deze veroordeling kan worden geëxecuteerd met de gegeven beschikking.