Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 18 februari 2015
ECLI:NL:RBLIM:2015:1362
Melano B.V./werknemer
Werknemer is sinds 2011 in dienst van Melano als locatiemanager. In verband met schulden van werknemer is hem een voorschot op het loon verstrekt van € 25.000. Overeengekomen is dat werknemer aan Melano alle informatie zal verstrekken omtrent zijn financiële positie en dat hij na het tekenen van de overeenkomst geen nieuwe schulden of leningen mag aangaan. Op 28 mei en op 7 juli 2014 is executoriaal beslag gelegd op het loon van werknemer. De door de deurwaarder aan Melano betekende exploten zijn aan werknemer – in hoedanigheid van locatiemanager bij Melano – afgegeven. Van 22 juli 2014 tot 12 augustus 2014 is werknemer op vakantie gegaan. Op 24 juli 2014 heeft Melano de exploten aangetroffen in de bureaulade van werknemer. Werknemer is op staande voet ontslagen wegens het achterhouden van deze stukken. Thans verzoekt Melano voorwaardelijke ontbinding.
De kantonrechter oordeelt als volgt. In de onderhavige procedure is gebleken dat hetgeen zijdens Melano in de eerdere kortgedingprocedure is gesteld onjuist was. Immers, in die procedure heeft Melano gesteld dat het exploot van 28 mei 2014 niet was getoond, terwijl nu is gebleken dat dit wél het geval was. Melano heeft geen feiten en omstandigheden gesteld, laat staan dat daarvan is gebleken, waaruit het opzettelijk achterhouden (verduisteren) van het exploot van 7 juli 2014 door werknemer is af te leiden. Het enkele feit dat Melano de twee exploten in de bureaula van werknemer heeft aangetroffen, is – mede bezien in het licht van de onweersproken stelling van werknemer over de afwezigheid van de personeelsadviseur op dat moment en over de vakantiedrukte – onvoldoende om als opzettelijk achterhouden door werknemer te kunnen kwalificeren. De feiten dat (1) tussen partijen een geldleningovereenkomst tot stand is gekomen, waarbij Melano aan werknemer heeft geleend een bedrag van € 25.000, (2) er tot 28 mei 2014 meerdere keren door derden beslag op het loon van werknemer onder Melano is gelegd, (3) Melano hieraan geen consequenties verbond anders dan het aangaan van een gesprek met werknemer, (4) werknemer altijd stukken aan de personeelsadviseur gaf, (5) werknemer het exploot van 28 mei 2014 diezelfde dag aan de personeelsadviseur heeft gegeven en zij daarover hebben gesproken, zulks bezien in het licht van het door (vakantie)drukte vergeten af te geven van het exploot van 7 juli 2014 door werknemer aan de personeelsadviseur en/of de directeur, het niet blijken van opzettelijk achterhouden van dat exploot én de – onweersproken – stelling dat werknemer er geen belang bij had het exploot van 7 juli 2014 niet bij de personeelsadviseur en/of de directeur te melden, leiden de kantonrechter tot het oordeel dat hetgeen Melano heeft aangevoerd geen dringende reden of verandering van omstandigheden als bedoeld in artikel 7:685 BW oplevert. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.