Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 26 februari 2015
ECLI:NL:RBLIM:2015:1557
APG Groep N.V./werknemer
Werknemer is sinds 16 februari 1998 bij (de rechtsvoorgangsters van) APG in dienst, laatstelijk in de functie van Manager HR Services & Information Management binnen het onderdeel Group Shared Services (hierna: GSS). Binnen het onderdeel GSS is een reorganisatie doorgevoerd. APG verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst. APG heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat de functie van werknemer door een reorganisatie is komen te vervallen en dat hij boventallig is geworden. Partijen zijn overeengekomen dat de boventalligheid vanaf 8 september 2014 (definitief besluit van de RvB) voor de duur van een jaar wordt opgeschort en dat werknemer vanaf 24 juni 2014 projectwerkzaamheden binnen de afdeling Verandermanagement van GSS zou gaan verrichten. APG heeft vervolgens echter moeten constateren dat binnen de nieuwe setting, alsmede binnen APG feitelijk geen passende werkzaamheden voor werknemer voorhanden zijn.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Nu partijen in de brief van 25 juni 2014 zijn overeengekomen dat de boventalligheid van werknemer van 8 september 2014 tot 8 september 2015 voor de duur van één jaar wordt opgeschort én dat werknemer tot 8 september 2015 de ruimte krijgt om een andere structurele plek binnen APG te zoeken, hebben partijen feitelijk afgesproken dat de (gevolgen van de) reorganisatie voor werknemer voor de duur van een jaar, tot 8 september 2015, worden opgeschort. Gelet daarop en gelet op het feit dat APG geen (gewichtige nieuwe) omstandigheden heeft aangevoerd die aannemelijk maken dat thans van deze afspraak tussen partijen dient te worden afgeweken, in die zin dat de arbeidsovereenkomst reeds thans dient te worden ontbonden, is de kantonrechter van oordeel dat het ontbindingsverzoek van APG dient te worden afgewezen. Dat werknemer tot nu toe nog geen andere (structurele) functie heeft gevonden doet hieraan niet af.