Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 24 februari 2015
ECLI:NL:GHAMS:2015:516
Stichting De Drecht, Stichting De Garstkamp/werkneemster
Werkneemster is op 1 november 2011 in dienst getreden bij Cordaan in de functie van receptioniste op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van zes maanden voor minimaal drie en maximaal 24 uren per week. Werkneemster verrichtte haar werkzaamheden bij serviceflat ‘De Drecht’, welke serviceflat eigendom is van woningcorporatie Stadgenoot. Nadat Stadgenoot de serviceovereenkomst met Cordaan had opgezegd, heeft zij een serviceovereenkomst gesloten met Stichting Dienstverlening Serviceflats (hierna: SDS). Op 1 maart 2012 is tussen Stichting De Drecht en werkneemster een arbeidsovereenkomst getekend onder dezelfde voorwaarden en lopende tot 1 mei 2012. Op 1 mei 2012 is de overeenkomst verlengd tot 31 oktober 2012 en is het aantal uren uitgebreid tot 25,5 per week. Op 1 november 2012 is de overeenkomst verlengd met zes maanden tot 1 mei 2013. Het aantal uren is bepaald op 34 per maand. Per 1 mei 2013 is de overeenkomst nogmaals verlengd tot 31 oktober 2013. Per 1 november 2012 heeft SDS de dienstverlening voor serviceflat De Garstkamp overgenomen. Partijen zijn overeengekomen dat werkneemster zou gaan werken bij De Garstkamp, eveneens in de functie van receptioniste. Aanvankelijk was afgesproken tussen werkneemster en haar leidinggevende dat zij per 1 november 2012 voor 36 uur bij De Garstkamp zou gaan werken en geheel zou stoppen bij De Drecht. Uiteindelijk zijn haar uren bij De Drecht verminderd tot 34 uur per maand. Voor de exploitatie van De Garstkamp had SDS een aparte stichting opgericht, Stichting De Garstkamp. Bij deze stichting is werkneemster voor 28 uur per week in dienst getreden, voor de duur van twaalf maanden, tot 1 november 2013. Op 30 september 2013 is werkneemster arbeidsongeschikt geworden. Bij brief van 9 oktober 2013 heeft Stichting De Drecht aan werkneemster te kennen gegeven dat de arbeidsovereenkomst met haar van rechtswege eindigde per 30 oktober 2013 en dat deze niet zou worden verlengd. Bij brief van dezelfde datum is werkneemster een nieuwe arbeidsovereenkomst met Stichting De Garstkamp aangeboden onder nieuwe (slechtere) arbeidsvoorwaarden met ingang van 1 november 2013 voor de duur van twaalf maanden. Werkneemster heeft dit voorstel niet aanvaard. Bij brief van 21 oktober 2013 heeft Stichting De Garstkamp werkneemster te kennen gegeven dat de arbeidsovereenkomst per 31 oktober 2013 van rechtswege eindigde en niet zou worden verlengd. Het hof begrijpt de stellingen van de stichtingen, mede in het licht van hun stellingen in eerste aanleg, aldus dat niet wordt bestreden dat tussen Stichting De Drecht en werkneemster sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd voor de duur van 34 uur per maand. Wel bestrijden de stichtingen dat tussen Stichting De Garstkamp en werkneemster een arbeidsovereenkomst bestaat voor onbepaalde tijd, zoals de kantonrechter heeft geoordeeld.
Het hof oordeelt als volgt. Het hof deelt het voorlopig oordeel van de kantonrechter dat de stichtingen ten aanzien van de verrichte arbeid redelijkerwijze geacht moeten worden elkanders opvolger te zijn. Daaraan staat niet in de weg dat de stichtingen, zoals zij hebben gesteld, juridisch niets met elkaar van doen hebben. Waar het te dezen in het bijzonder om gaat, is dat tussen hen zodanige banden bestaan dat het inzicht van Stichting De Drecht in de hoedanigheden en geschiktheid van werkneemster in redelijkheid ook moet worden toegerekend aan Stichting De Garstkamp. Voldoende aannemelijk is geworden dat SDS overeenkomsten sloot met de diverse serviceflats en voor elke serviceflat een aparte stichting in het leven riep, dat Y directeur was van zowel SDS als van de stichtingen, dat de stichtingen zijn gevestigd op hetzelfde adres, dat de beide stichtingen bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst met werkneemster werden vertegenwoordigd door voornoemde Y en dat werkneemster haar werkzaamheden voor de beide stichtingen onder leiding en toezicht verrichtte van dezelfde leidinggevende, X, die zelf in dienst was van SDS. Anders dan de stichtingen menen, is voor de toepasselijkheid van artikel 7:668a BW niet vereist dat de arbeidsovereenkomst bij de vorige werkgever ‘geheel’ eindigt.