Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 9 december 2014
ECLI:NL:RBROT:2014:10830
Anthura B.V./werkneemster
Werkneemster is sinds 2005 bij Anthura in dienst, laatstelijk in de functie van assistent-onderzoeker. Zij volgt een tweejarige cursus Plantenveredeling te Wageningen in welk kader zij aan een scriptie werkt. Op 27 juni 2014 vroeg werkneemster aan X, haar leidinggevende, of zij monsters mee mocht nemen vanuit een kas naar Anthura. X nam daartoe telefonisch contact op met de veredelaars. Werkneemster verweet X daarbij een onheuse toon te hebben aangeslagen tegen de beide veredelaars waarna zij X meedeelde dat zij hem geen extra informatie meer zou geven buiten de feiten over haar eigen werkzaamheden en onderzoek. Naar aanleiding hiervan is werkneemster op non-actief gesteld. Werkgever verzoekt ontbinding wegens een vertrouwensbreuk. Werkneemster heeft een tegenverzoek ingediend. Zij verzoekt een vergoeding van € 21.350 toe te kennen.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Nu beide partijen van mening zijn dat de arbeidsovereenkomst op korte termijn dient te eindigen, wordt de arbeidsovereenkomst ontbonden. Het geschil spitst zich toe op de vraag of er reden is om aan werkneemster een hogere vergoeding toe te kennen dan de door Anthura aangeboden vergoeding (€ 2.196,26 bruto). Met Anthura is de kantonrechter van oordeel dat van een (assistent-)onderzoekster die werkzaam is op de afdeling R&D, in beginsel verlangd mag worden dat alle informatie die de onderzoekster in het kader van haar werkzaamheden verkrijgt, wordt gedeeld. Werkneemster heeft door het doen van haar uitlating de verstandhouding met haar leidinggevende op scherp gezet. De zorg voor een goede sfeer en verstandhouding op de werkvloer behoort echter tot de verantwoordelijkheid van de werkgever. Dit vloeit voort uit het instructierecht van de werkgever. Indien een conflict zich tussen twee werknemers voordoet zoals in dit geval, dient de werkgever nader onderzoek te doen naar de aanleiding en motieven van de betrokken werknemers en zo mogelijk bemiddelend op te treden. Uit het enkele feit dat Anthura op 2 juli 2014 reeds een vaststellingsovereenkomst klaar had liggen volgt dat Anthura zonder zorgvuldig onderzoek tot de conclusie was gekomen dat de arbeidsovereenkomst moest eindigen. Daarmee heeft Anthura in onvoldoende mate de mogelijkheid onderzocht of het conflict tussen X en werkneemster in der minne opgelost kon worden. Er wordt een vergoeding met C=1 (€ 10.600 bruto) toegekend.