Rechtspraak
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 24 februari 2015
ECLI:NL:RBNNE:2015:609
werkgeefster c.s./werkneemster
Werkneemster is van 20 oktober 1998 tot 14 maart 2014 bij werkgeefster in dienst geweest als verkoopster. Werkneemster is op 14 maart 2014 op staande voet ontslagen wegens diefstal/verduistering van kassagelden. Zij heeft deze diefstal/verduistering erkend. Werkgeefster vordert een schadevergoeding van € 27.619,20.
De kantonrechter oordeelt als volgt. In het onderhavige geschil staat vast dat werkneemster gedurende enige tijd structureel geld heeft verduisterd door verkopen – in het kader van de op de maandagen bij werkgeefster geldende broodactie (3 broden voor € 5,50) – niet op de kassa aan te slaan en het door de klant betaalde bedrag – achteraf – in eigen zak te steken. Daartoe turfde werkneemster het aantal keren dat zij drie broden verkocht maar niet op de kassa aansloeg. Tevens staat vast dat werkgeefster door deze handelwijze van werkneemster schade heeft geleden. Partijen verschillen van mening over de omvang van de door werkgeefster geleden schade. De eerste vraag die in dat kader beantwoord dient te worden is of, zoals werkgeefster heeft gesteld, werkneemster zich gedurende meerdere jaren schuldig heeft gemaakt aan voormelde verduistering in dienstbetrekking, dan wel dat zulks pas het geval is vanaf 28 oktober 2013, zoals in deze procedure door werkneemster is aangevoerd. Met de door werkgeefster overgelegde overzichten is voldoende aangetoond dat over de gehele periode vanaf 19 mei 2008 (zijnde de eerste dag van het overzicht) op de dagen dat werkneemster vrij was de gemiddelde omzet hoger was dan op de dagen dat zij werkzaam was. Bovendien blijkt daaruit dat de gemiddelde omzet na het ontslag van werkneemster – ook na de nuancering die werkneemster op die berekening heeft aangebracht – de gemiddelde omzet op de maandagen hoger was dan de gemiddelde omzet vóór het ontslag op staande voet. Voor het verweer van werkneemster dat zij niet eerder dan vanaf 28 oktober 2013 geld heeft ontvreemd, kan geen steun worden gevonden in voormelde overzichten. Als vaststaand kan worden aangenomen dat werkneemster vanaf (in ieder geval) 2008 zich gelden van werkgeefster heeft toegeëigend, waardoor werkgeefster schade heeft geleden. Op basis van de overzichten kan de gestelde schade niet exact vastgesteld worden, maar werkgeefster heeft wel al het mogelijke gedaan om haar schade te onderbouwen. De schade wordt geschat conform artikel 6:97 BW, waarbij voormelde overzichten, alsmede de door werkgeefster gehanteerde berekeningswijze als uitgangspunt worden genomen. De schade wordt vastgesteld op een bedrag van € 20.000.