Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 17 maart 2015
ECLI:NL:GHSHE:2015:949
Nipro Europe N.V./werknemer
Nipro houdt zich bezig met de ontwikkeling en groothandel van medische en tandheelkundige instrumenten, verpleeg- en orthopedische artikelen en laboratoriumbenodigdheden. Nipro is gespecialiseerd in de ontwikkeling van hemodialyseapparatuur. Werknemer, eveneens gespecialiseerd in hemodialyse, is op 1 mei 2013 bij Nipro in dienst getreden in de functie van Technical Manager Benelux tegen een loon van € 4.500. Op de arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding van toepassing. In maart 2014 hebben partijen gesproken over de invulling van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter te Utrecht heeft de arbeidsovereenkomst bij beschikking van 4 juli 2014 ontbonden per 1 augustus 2014. Voorts heeft hij aan werknemer een vergoeding toegekend van € 10.935 bruto, gebaseerd op C=1,5. Daartoe heeft de kantonrechter overwogen dat de ontbinding weliswaar in beginsel in gelijke mate te wijten is aan c.q. in de risicosfeer ligt van werknemer en Nipro, maar dat werknemer gebonden is aan een zwaar werkend concurrentiebeding. Voorts heeft de kantonrechter overwogen dat het dienstverband slechts kort heeft geduurd en dat werknemer op uitnodiging van Nipro zijn vorige baan heeft opgezegd. Thans vordert werknemer schorsing van het concurrentiebeding. De kantonrechter heeft het temporele bereik van het concurrentiebeding beperkt tot zeven maanden na einde van de arbeidsovereenkomst.
Het hof oordeelt als volgt. Met de kantonrechter is het hof van oordeel dat de belangenafweging tot een matiging van zeven maanden moet leiden. Artikel 7:685 lid 8 BW geeft de kantonrechter de mogelijkheid om, indien hem dat met het oog op de omstandigheden van het geval billijk voorkomt, aan een partij ten laste van de wederpartij een ontbindingsvergoeding toe te kennen. Een van de omstandigheden die de kantonrechter te Utrecht in de ontbindingsbeschikking van 4 juli 2014 heeft meegewogen, is het concurrentiebeding. Daarmee is echter nog niet de schorsing van dat beding beoordeeld. De vordering tot schorsing van het concurrentiebeding kwam eerst in de onderhavige procedure aan de orde en wel nadat de kantonrechter in kort geding oordelend in het bestreden vonnis van 12 september 2014 de subsidiaire vordering van werknemer, strekkende tot veroordeling tot betaling van een maandelijkse vergoeding aan werknemer, had afgewezen. De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis vervolgens geoordeeld dat het concurrentiebeding wordt geschorst en geacht wordt zeven maanden na de beëindiging van het dienstverband geen werking meer te hebben. Daarmee heeft de kantonrechter een andere rechtsvraag beantwoord dan die in de ontbindingsprocedure aan de orde was gesteld. De stelling van Nipro dat zij ‘dubbel wordt gestraft’ wordt dan ook verworpen.