Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant, 1 april 2015
ECLI:NL:RBOBR:2015:1899
werkneemster/Stichting KPC Onderwijs Innovatie Centrum
Werkneemster (55 jaar) is sinds augustus 1988 als docent in dienst van het Marnix College. Zij is werkzaam binnen het team TG234. KPC exploiteert een onderwijsadviesbureau dat gespecialiseerd is in vraagstukken van onderwijskwaliteit, organisatieontwikkeling, professionalisering, leiderschap en het (her)ontwerpen en implementeren van leeromgevingen. Eind juli 2014 heeft het college van bestuur van het Marnix College een onderzoek laten uitvoeren door KPC naar de aard en de oorzaak van de onvrede binnen het team TG234. In het onderzoeksrapport wordt vermeld dat een zevental teamleden uit het team TG234, in een informele bijeenkomst bij een van de teamleden thuis, de individuele gesprekken gezamenlijk heeft voorbereid. Zij zijn hier op aangesproken. De resultaten van het onderzoek zijn door de directie van het Marnix College tijdens een plenaire bijeenkomst met dertig personeelsleden van het Marnix College besproken. Ten overstaan van het team hebben de onderzoekers van KPC op het smartbord gezet: ‘Gaan afscheid nemen van het Marnix College: X, werkneemster en Y’. Vervolgens is werkneemster uitgevallen vanwege arbeidsongeschiktheid. Werkneemster stelt dat KPC jegens haar onrechtmatig heeft gehandeld en dat die onrechtmatigheid ziet op het onderzoek en de daarop gebaseerde rapportage. Werkneemster vordert KPC te veroordelen de rapportage terug te trekken, te vernietigen of in te trekken.
De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Een van de aanbevelingen van KPC is ‘om een beweging in gang te zetten waarin afscheid genomen wordt van deze teamleden’. Deze aanbeveling die – in het licht van de mededeling van de onderzoekers van KPC op het smartbord – niet anders kan worden verstaan dan dat de relatie tussen werkneemster en het Marnix College op welke wijze en via welke weg dan ook zou moeten eindigen, is niet dan wel onvoldoende gemotiveerd. Het komt de voorzieningenrechter voor dat het afscheid nemen van medewerkers die al geruime tijd in dienst zijn en altijd positief zijn beoordeeld ultimum remedium zou moeten zijn en goede argumenten voor een dergelijke aanbeveling dienen te worden genoemd, hetgeen niet dan wel onvoldoende is gebeurd. Ook is niet aangegeven waarom minder vergaande maatregelen binnen of buiten team TG234 geen (voldoende) soelaas zouden kunnen bieden. Omdat is aanbevolen ook met betrekking tot werkneemster een beweging in gang te zetten waarin afscheid van haar wordt genomen, had het rapport in concept aan haar ter beschikking moeten worden gesteld en had zij in de gelegenheid moeten worden gesteld op het conceptrapport commentaar te geven. Omdat werkneemster door de mededeling dat zij zal worden ontslagen en de presentatie van het rapport aan de collega’s ernstig kan zijn beschadigd, had KPC geen mededeling op het smartboard mogen hangen dat zij zou worden ontslagen en had zij het rapport niet aan collega’s van werkneemster dienen te presenteren. De opstelling en handelswijze van KPC is onzorgvuldig en onrechtmatig jegens werkneemster. Tijdens de mondelinge behandeling heeft werkneemster desgevraagd bevestigd dat de veroordeling tot intrekking van het rapport volgens haar een passende vorm van schadevergoeding is. Omdat het rapport de positie van werkneemster bij het Marnix College bedreigt, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om een voorziening te treffen, waarin een passende wijze van schadevergoeding wordt toegewezen, in de vorm van een veroordeling van KPC tot intrekking van het rapport.