Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 25 maart 2015
ECLI:NL:RBMNE:2015:2012
X/De Galan Groep B.V.
X was sinds 1 augustus 1993 in dienst bij De Galan Groep op basis van een arbeidsovereenkomst. De Galan Groep is een middelgroot adviesbureau dat – onder meer – diensten aanbiedt op het gebied van ontwikkeling en assessment. X heeft met ingang van 1 juni 2007 zijn arbeidsovereenkomst met De Galan Groep opgezegd. Hij is vervolgens een eigen bedrijf, genaamd Working Habits, gestart. Partijen zijn overeengekomen dat X als ‘associate’ werkzaamheden verricht. Na augustus 2013 heeft De Galan Groep, op een kleine reeds toegezegde opdracht in oktober 2013 na, geen opdrachten meer aangeboden aan X. In een door X aanhangig gemaakt kort geding is De Galan Groep veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 7.816 per maand vanaf 1 augustus 2013 tot 1 maart 2014. De voorzieningenrechter heeft aan dit oordeel ten grondslag gelegd dat, naar voorlopig oordeel, de rechtsrelatie tussen X en De Galan Groep voldeed aan de criteria gesteld in het BBA, zodat voor opzegging daarvan een ontslagvergunning was vereist. Nu deze niet was verkregen en de nietigheid tijdig is ingeroepen betekent dit dat sprake is van een ‘loon’-doorbetalingsverplichting van de zijde van De Galan Groep, totdat de overeenkomst rechtsgeldig is beëindigd. X vordert in de onderhavige procedure onder andere loon vanaf 1 maart 2014. Kernvraag is of partijen een duurovereenkomst zijn aangegaan waarbij een doorlopende opdracht is overeengekomen (het standpunt van X), of dat partijen steeds afzonderlijke overeenkomsten van opdracht hebben gesloten (het standpunt van De Galan Groep).
De rechtbank oordeelt als volgt. X heeft onvoldoende aangevoerd voor het standpunt dat tussen partijen een overeenkomst van doorlopende opdracht bestond. De rechtsverhouding tussen partijen werd bepaald door de brief van 27 april 2007, waarbij partijen hebben afgesproken dat X als associate opdrachten voor De Galan Groep zal gaan verrichten, waarbij de basisafspraken voor associates op hem van toepassing zijn. De Galan Groep heeft X met een zekere regelmaat opdrachten verstrekt, waarvoor De Galan Groep betaalde op basis van maandelijks door X verzonden facturen. Hierdoor is tussen partijen een bestendige rechtsverhouding ontstaan, die hierna zal worden aangeduid als ‘de samenwerkingsovereenkomst’. Omdat er geen sprake is van een doorlopende overeenkomst van opdracht zijn de bepalingen van het BBA op de samenwerkingsovereenkomst niet van toepassing, zodat voor opzegging geen vergunning van het UWV is vereist. Evenmin kan er sprake zijn van voortijdige beëindiging van een doorlopende overeenkomst van opdracht. Doorbetaling van een in redelijkheid vast te stellen loon, als bedoeld in artikel 7:411 BW is dan ook niet aan de orde.
De rechtbank toetst, na ambtshalve aanvulling van de rechtsgronden, of en in hoeverre de door X gestelde feiten en omstandigheden een toewijzing van de vordering rechtvaardigen op grond van schadevergoeding wegens wanprestatie door De Galan Groep jegens hem. X behoorde tot de kerngroep van associates. Inherent aan deze positie was dat aan hem, bij voorrang op de niet tot die groep behorende associates, opdrachten werden gegund. Beëindiging van zijn positie als lid van de kerngroep door De Galan Groep betekent een breuk met de gebruikelijke gang van zaken waaraan X het vertrouwen ontleende dat hij regelmatig opdrachten zou ontvangen. X was voor zijn inkomen grotendeels aangewezen op de opdrachten van De Galan Groep. De opzegging is gebaseerd op een tekortkoming van X bij de uitvoering van de opdracht bij de gemeente Eindhoven, waarbij X de afgesproken planning niet was nagekomen. Dat de door X gemaakte fouten dermate ernstig waren dat deze tot onmiddellijke beëindiging van de samenwerking noodzaakten is niet komen vast te staan. De opzegging met onmiddellijke ingang is in strijd met de uit de samenwerkingsovereenkomst voortvloeiende eisen van redelijkheid en billijkheid. Gelet op de duur van de samenwerkingsovereenkomst wordt een opzegtermijn van zeven maanden (dus over de periode vanaf 1 augustus 2013 tot 1 maart 2014) redelijk geacht. Bij de begroting van de schade wordt uitgegaan van de betalingen die X in het jaar 2013 ontving, voorafgaand aan de beëindiging per 1 augustus 2013. De schade als gevolg van het wegvallen van de opdrachten wordt begroot op een bedrag van € 9.677,50 per maand over de periode 1 augustus 2013 tot 1 maart 2014. Anderzijds wordt meegewogen dat X na het wegvallen van de opdrachten niet heeft getracht de schade te beperken door andere potentiële opdrachtgevers te benaderen. De inkomensschade komt derhalve niet geheel voor rekening van De Galan Groep. Het wordt redelijk geacht dat De Galan Groep vanwege haar tekortkoming ongeveer 80% van de schade draagt en dat deze schade voor ongeveer 20% aan X wordt toegerekend, wegens eigen schuld.