Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Rottinghuis’ Aannemingsbedrijf B.V. h.o.d.n. Reitsma Drachten
Rechtbank Noord-Nederland, 4 maart 2015
ECLI:NL:RBNNE:2015:962

werknemer/Rottinghuis’ Aannemingsbedrijf B.V. h.o.d.n. Reitsma Drachten

Ontbindingsbeschikking is resultaat van minnelijke regeling. Nu finale kwijting is overeengekomen, wordt loonvordering afgewezen.

In de periode 29 oktober 1985 tot 1 juni 2012 is werknemer voor onbepaalde tijd als timmerman in dienst geweest van (de rechtsvoorganger van) Reitsma Drachten. Werknemer heeft zich op 14 maart 2011 ziek gemeld. Per 10 oktober 2011 heeft Reitsma Drachten de loonbetaling aan werknemer stopgezet, stellende dat werknemer de arbeidsovereenkomst per die datum heeft beëindigd. Bij brief van 9 november 2011 heeft CNV Vakmensen namens werknemer aan Reitsma Drachten laten weten dat van ontslagname zijdens werknemer geen sprake was. Indien er al sprake was van ontslagname kan werknemer daar in het licht van zijn psychotische klachten niet aan worden gehouden, aldus CNV Vakmensen. Begin december 2011 heeft werknemer zich bij tijd en wijle bij het kantoorpand van Reitsma Drachten opgehouden. Naar aanleiding van de telefoontjes van werknemer en diens overige gedrag (ernstige bedreigingen) heeft Reitsma Drachten een beveiligingsbedrijf ingeschakeld. Bij beschikking van 23 mei 2012 is de arbeidsovereenkomst ontbonden. Daarbij is aan werknemer een vergoeding toegekend van € 10.000 bruto. De ontbindingsbeschikking was het resultaat van een minnelijke schikking tussen partijen. Werknemer vordert loon over de periode 14 maart 2011 tot en met 1 juni 2012. Reitsema Drachten heeft aangevoerd dat partijen elkaar in het kader van de minnelijke regeling, die heeft geressorteerd in de ontbindingsbeschikking en de intrekking van de vorderingen in kort geding, finale kwijting hebben verleend. Voorts heeft zij gesteld dat zij overeenkomstig de afgesproken arbeidsduur van 32 uur per week aan al haar loonverplichtingen jegens werknemer heeft voldaan.

Naar het oordeel van de kantonrechter hebben partijen, alle omstandigheden van het geval in onderling verband en samenhang beschouwd, elkaar in het kader van de minnelijke schikking van 23 mei 2012 over en weer finale kwijting verleend. Zulks brengt mee dat werknemer in ieder geval geen aanspraken jegens Reitsma Drachten heeft met betrekking tot de periode 13 maart 2011 tot 10 oktober 2011, zijnde de begindatum van de loonvordering van werknemer in kort geding. Anders dan Reitsma Drachten heeft doen betogen leidt bedoelde finale kwijting evenwel niet zonder meer tot de gevolgtrekking dat ook de gepretendeerde aanspraken van werknemer over de periode 10 oktober 2011 tot 1 juni 2011 daarop dienen af te stuiten. Dat zou alleen het geval zijn als rechtens vast zou staan dat partijen hebben afgesproken dat op basis van een 32-urige werkweek zou worden afgerekend. In dat geval kan werknemer Reitsma Drachten uiteraard niet meer met succes in rechte betrekken, waar zij daadwerkelijk overeenkomstig die sleutel heeft uitgekeerd. Partijen verschillen daarover van mening. Op grond van de grote hoeveelheid overgelegde loonspecificaties, moet het ervoor worden gehouden dat werknemer een 32-urige werkweek had. Nu Reitsma Drachten op basis daarvan heeft afgerekend, wordt de vordering van werknemer over de periode 10 oktober 2011 tot 1 juni 2012 eveneens afgewezen.