Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Connexxion Openbaar Vervoer N.V.
Hoge Raad, 10 april 2015
ECLI:NL:HR:2015:923
Met annotatie door prof. mr. dr. W.L. Roozendaal

werknemer/Connexxion Openbaar Vervoer N.V.

Niet (meer) oproepen van werknemer zonder gegronde redenen terwijl er wel werk voorhanden is, is in strijd met artikel 7:611 BW.

(Cassatieberoep van AR 2014-0210.) Werknemer is met ingang van 1 mei 1992 voor onbepaalde tijd als buschauffeur in dienst getreden bij een rechtsvoorgangster van Connexxion voor ten minste 15 uur per week. Bij brief van 7 juni 2000 van Connexxion aan werknemer, die toen gemiddeld bijna 25 uur per week werkte, is overeengekomen dat hij voor onbepaalde tijd acht uur per week zou gaan werken en alleen op zaterdagen en zondagen beschikbaar zou zijn voor het verrichten van zowel fulltime als parttime chauffeursdiensten. Connexxion heeft meermalen aangeven dat werknemer feitelijk meer uren maakt en aangeboden zijn contractsomvang in die zin aan te passen, maar werknemer heeft dit geweigerd. Hij vond de flexibiliteit belangrijk(er). Met werknemer zijn afwijkende afspraken gemaakt inzake de reiskostenvergoeding. Afspraken die afwijken van de CAO Vervoer. Nadat in 2006 de wijze van reiskosten declareren ter discussie komt te staan en de zaken juridiseren, wordt werknemer minder opgeroepen. Hij vordert achterstallig loon vanaf januari 2006. Volgens werknemer handelt Connexxion in strijd met het goed werkgeverschap om hem niet meer uren op te roepen. De kantonrechter heeft de vordering toegewezen, omdat Connexxion geen goede reden(en) kon aanvoeren waarom werknemer niet voor meer uren werd opgeroepen juist in tijden van personeelstekort. Het hof heeft de vordering alsnog afgewezen. Tegen dit oordeel keert werknemer zich in cassatie.

De Hoge Raad oordeelt als volgt. Blijkens de stukken van het geding is de gang van zaken bij Connexxion deze dat indien in het rooster ‘gaten’ overblijven of ontstaan de desbetreffende diensten worden aangeboden aan onder meer de parttimers, de chauffeurs dus die op parttime basis voor haar werkzaam zijn, onder wie werknemer. De grondslag van de vordering van werknemer komt erop neer dat hij (ten dele) is uitgesloten van de aanbieding van deze extra diensten om een reden die dat niet kan rechtvaardigen, en dat Connexxion aldus heeft gehandeld in strijd met de regels van goed werkgeverschap van artikel 7:611 BW. Deze grondslag kan, indien feitelijk gegrond, de vorderingen van werknemer dragen. De kantonrechter heeft vastgesteld dat daadwerkelijk van de door werknemer gestelde uitsluiting sprake is geweest, en dat werknemer als gevolg daarvan aanzienlijk minder extra diensten heeft gekregen dan zonder die uitsluiting het geval zou zijn geweest. In de overwegingen van de kantonrechter ligt besloten dat hiervoor geen behoorlijke reden bestond. Op deze gronden heeft de kantonrechter de hierop betrekking hebbende vorderingen toegewezen. Het hof is met betrekking tot het hiervoor vermelde niet tot een ander oordeel gekomen. Uit zijn overwegingen wordt niet duidelijk waarom het desalniettemin de vorderingen niet toewijsbaar heeft geoordeeld. Zonder nadere motivering valt niet in te zien dat dit volgt uit de door hem in aanmerking genomen omstandigheden dat werknemer steeds heeft afgezien van de mogelijkheid om zijn vaste aantal contractsuren te verhogen, en dat hij, wanneer hem dat uitkwam, extra diensten heeft geweigerd.