Naar boven ↑

Rechtspraak

Coöperatieve Rabobank Maastricht e.o. u.a. c.s./Stichting Restschuld Eerlijk Delen c.s.
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 10 april 2015
ECLI:NL:RBDHA:2015:4096

Coöperatieve Rabobank Maastricht e.o. u.a. c.s./Stichting Restschuld Eerlijk Delen c.s.

Het vermelden van persoonsgegevens van (oud-)medewerkers van Rabobank in een boek en publicatie telefoongesprek met Rabobank-medewerker op website is onrechtmatig. Afweging tussen recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de (oud-)medewerkers van Rabobank.

Op 15 maart 2015 is het boek De Verpanding aan de pers gepresenteerd. Stichting RED Boektotaal zijn de uitgevers van het boek. In het boek wordt melding gemaakt van onzorgvuldig handelen door Rabobank. Bij brief van 12 maart 2015 heeft Rabobank Stichting RED en Boektotaal verzocht en, zo nodig, gesommeerd ‘om alle namen van (oud-)medewerkers van de Rabobank groep vóór publicatie uit het manuscript te verwijderen en verwijderd te houden’. Aan dit verzoek/deze sommatie is geen gehoor gegeven. Na publicatie van het boek is op de website www.keerdebank.nl aanvullend materiaal geplaatst, waaronder een geluidsopname van een gesprek tussen C en een medewerker van Rabobank en een brief van B aan de directie van Rabobank. Kernvraag is of het vermelden van de namen van de (oud-)medewerkers van Rabobank in het boek onrechtmatig is.

De voorzieningenrechter merkt op dat Rabobank uitsluitend bezwaar heeft tegen de vermelding van persoonsgegevens van (oud-)medewerkers in het boek en op de website. Hoewel Rabobank zich ook niet kan vinden in de overige inhoud van het boek, zijn geen van haar vorderingen daarop gericht en kan een oordeel van de voorzieningenrechter over de inhoud van het boek – voor zover niet noodzakelijk voor de beoordeling van de voorliggende vorderingen – achterwege blijven. Het gaat in deze zaak om een botsing van in beginsel gelijkwaardige fundamentele rechten: het recht op vrijheid van meningsuiting van Stichting RED en Boektotaal, als gewaarborgd in artikel 7 Gw en artikel 10 EVRM, en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de (oud-)medewerkers van Rabobank, neergelegd in artikel 10 Gw en artikel 8 EVRM. Stichting RED en Boektotaal hebben het recht zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend uit te laten over misstanden die de samenleving raken. Rabobank, althans haar (oud-)medewerkers, heeft (hebben) het recht niet lichtvaardig te worden blootgesteld aan voor hen ongewenste publiciteit omtrent privégegevens.

Stichting RED en Boektotaal stellen dat zij een zo waarheidsgetrouw mogelijk beeld hebben willen geven van de gebeurtennissen, hetgeen alleen kan als de namen worden genoemd. In deze stelling kunnen zij niet worden gevolgd. Voorts is, volgens Stichting RED en Boektotaal, publicatie van de namen gerechtvaardigd omdat zij misstanden in de samenleving, meer in het bijzonder de financiële wereld, aan de orde willen stellen, dat de betreffende medewerkers de bankierseed hebben afgelegd (waarin onder meer wordt toegezegd dat het belang van de klant centraal moet staan), dat in het boek wordt getoetst in hoeverre die eed is nageleefd en dat individuele medewerkers moeten kunnen worden aangesproken op de morele aspecten van hun dagelijks werk. Ook hieruit vloeit geen belang bij het noemen van de namen voort, nu dit alles evenzeer aan de kaak kan worden gesteld zonder de namen van de betreffende medewerkers te noemen. Dit geldt temeer omdat de betrokken medewerkers hebben gehandeld in de uitoefening van hun functie bij Rabobank, gesteld noch gebleken is dat zij daarbij niet hebben gehandeld overeenkomstig het beleid van Rabobank, zij (anders dan bijvoorbeeld de bestuursvoorzitter) geen functie uitoefenen waarmee zij – onder normale omstandigheden – in de publiciteit komen en zij ook zelf geen publiciteit hebben gezocht.

Geoordeeld wordt dat dat Stichting RED en Boektotaal niet aannemelijk hebben gemaakt dat een gerechtvaardigd belang bestaat bij de vermelding van persoonsgegevens van (oud-)medewerkers van Rabobank in het boek en op de website. Het belang van die (oud-)medewerkers om hun persoonlijke levenssfeer te beschermen dient dan ook te prevaleren en daarmee is publicatie van de persoonsgegevens onrechtmatig. Dit geldt, volledigheidshalve, ook voor de publicatie van het telefoongesprek op de website, nu – zoals Rabobank terecht stelt – publicatie van een stem ook publicatie van een persoonsgegeven betreft.

  • Instantie: Rechtbank Den Haag
  • Locatie: 's-Gravenhage
  • ECLI: ECLI:NL:RBDHA:2015:4096
  • Roepnaam: Coöperatieve Rabobank Maastricht e.o. u.a. c.s./Stichting Restschuld Eerlijk Delen c.s.
  • Zaaknummer: C-09-485156 - KG ZA 15-387
  • Nummer: AR-2015-0364