Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 17 maart 2015
ECLI:NL:GHDHA:2015:614
Axidus Uitzendbureau BV/Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten
In opdracht van de SNCU heeft de stichting VRO (hierna: VRO) onderzoek gedaan naar de naleving van de cao door Axidus in de periode 15 september 2005 t/m 31 maart 2007 (verder te noemen: de onderzoeksperiode). Nadat VRO geen (inhoudelijke) reactie op de voorlopige uitkomsten van Axidus ontving heeft VRO bij brief van 27 juli 2007 de definitieve rapportage aan Axidus gezonden. De totale indicatieve schadelast over de periode 15 september 2005 t/m 31 maart 2007 werd door VRO berekend op € 116.379 (hierna: de materiële benadeling). SNCU heeft Axidus bij brief gemaand tot nakoming van de cao-bepalingen. Verder werd in de brief meegedeeld dat de ‘forfaitaire schadevergoeding’ op grond van artikel 6 lid 1 Reglement werkwijze CNCU (Reglement II) was vastgesteld op € 39.505. Deze schadevergoeding zou verschuldigd zijn indien Axidus na het verstrijken van een termijn van 14 dagen na dagtekening van de brief nalatig zou zijn gebleven aan de schriftelijk gestelde voorwaarden te voldoen. De kantonrechter heeft Axidus bij eindvonnis van 12 januari 2011 veroordeeld tot betaling van de gevorderde schadevergoedingen van € 39.505 en van € 116.379, maar heeft deze twee bedragen gematigd tot één totaalsom van € 100.000. Axidus betoogt dat de cao-bepalingen over – kort gezegd – de bevoegdheden van de SNCU door het verstrijken van de in de cao bepaalde looptijd van twaalf maanden zijn vervallen en dus geen toepassing meer kunnen vinden ten opzichte van Axidus. Voorts zou SNCU niet bevoegd zijn op grond van artikel 10 Wet AVV op te treden als handhaver. Bovendien zou de verwerking van gegevens in strijd zijn met de Wbp.
Het hof oordeelt als volgt. Onder verwijzing naar HR 28 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3458 (Tido Vesta-arrest) wordt het verweer van ‘verboden nawerking’ en ‘onbevoegde particuliere politie’ van de hand gewezen. Voorts acht het hof de verwerking van personeelsgegevens in overeenstemming met de Wbp. De stelling dat SNCU geen belang heeft, wordt eveneens verworpen. De partijen bij de cao hebben ervoor gekozen de op grond van artikel 3 lid 4 Wet AVV en de artikelen 15 e.v. Wet CAO toegekende bevoegdheden over te dragen aan de SNCU. De SNCU, die in deze procedure gebruik maakt van deze overgedragen bevoegdheden, kan dan ook een ‘voldoende belang’ niet ontzegd worden, ook al hebben de werknemers van Axidus, die tekort zijn gedaan doordat Axidus de algemeen verbindend verklaarde cao niet of niet in voldoende mate heeft nageleefd, een eigen vorderingsrecht.
Over de hoogte van de schadevergoeding oordeelt het hof aldus. Axidus heeft op alle rapportages niet gereageerd. Axidus is voldoende ruimte geboden op basis van concrete gegevens de door extrapolatie berekende materiële benadeling gedocumenteerd te weerleggen. Dit alles brengt het hof tot het oordeel dat de SNCU de indicatieve berekeningswijze in redelijkheid heeft kunnen hanteren, en basis kan laten vormen voor zowel een vordering tot nakoming als voor de vorderingen tot (forfaitaire en aanvullende) schadevergoeding.
Het hof komt tot de conclusie dat de SNCU Axidus heeft willen ‘straffen’ door het opleggen van de schadevergoeding van € 39.505 en vervolgens – waar Axidus nalatig bleef de begrote ‘materiële benadeling’ van de werknemers ongedaan te maken – de ‘aanvullende schadevergoeding’ heeft opgelegd om het door Axidus verkregen voordeel door de niet-naleving van de cao, te ontnemen. Daarmee heeft de SNCU gehandeld overeenkomstig haar beleid dat uit 2006 en 2008 dateert. Uit dat beleid volgt niet dat het totaalbedrag dat aan schadevergoedingen wordt gevorderd op grond van het bepaalde in artikel 46 lid 2 cao de som van € 100.000 niet kan overschrijden. Dat volgt evenmin uit de tekst van artikel 46 lid 2 cao zelf. Een en ander betekent dat van hetgeen de SNCU heeft gevorderd boven € 100.000 niet gezegd kan worden dat daarvoor geen grondslag bestaat. Ook kan niet worden volgehouden dat op basis van het beleid van de SNCU een som van ‘forfaitaire’ en ‘aanvullende’ schadevergoedingen steeds gematigd zal moeten worden tot maximaal € 100.000, zoals de kantonrechter heeft geoordeeld.