Rechtspraak
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 22 april 2015
ECLI:NL:RBLIM:2015:3494
werkneemster/Stichting Koraal Groep
Werkneemster is in 1988 in dienst getreden van Koraal Groep in de functie medewerkster thuiszorg. Haar arbeidsomvang bedraagt 17 uur per week. Sinds 22 juni 2010 is werkneemster arbeidsongeschikt als gevolg van rugklachten. In 2012 is aan Koraal groep een loonsanctie opgelegd. De loonsanctie is op 16 april 2013 geëindigd. Werkneemster is passende arbeid gaan verrichten. Vanaf 1 juli 2014 bedraagt de omvang van de passende arbeid 14,5 uur per week. Kern van het geschil tussen partijen betreft de vraag of werkneemster per 1 juli 2014 recht heeft op loon behorend bij een arbeidsomvang van – de destijds bij arbeidsovereenkomst d.d. 23 september 1991 bedongen – zeventien uren per week, zoals werkneemster eist, dan wel 14,5 uur per week, zoals Koraal Groep verdedigt.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkneemster verricht haar eigen functie met aanpassingen (begeleiding van cliënten zonder al te veel fysieke belasting). Dit is aan te merken als passende arbeid in de zin van artikel 7:658a lid 4 BW. De door werkneemster tijdelijk als passende werkzaamheden verrichte arbeid kan niet aangemerkt worden als de tussen partijen bedongen arbeid. Partijen zijn dit namelijk niet expliciet overeengekomen. Evenmin is er stilzwijgend een nieuwe arbeidsovereenkomst tussen partijen tot stand gekomen. Weliswaar heeft werkneemster het aangepaste eigen werk geruime tijd verricht, maar over de omvang daarvan in uren is tussen partijen voortdurend discussie geweest. Vervolgens is de vraag aan de orde of van werkneemster gevergd kan worden dat zij instemt met het door Koraal Groep gedane voorstel tot wijziging van de arbeidsomvang van 17 uur per week naar 14,5 uur per week (en de dienovereenkomstige loonsverlaging). Geoordeeld wordt dat werkneemster het voorstel van Koraal Groep in redelijkheid niet had mogen weigeren.
Er is sprake van gewijzigde omstandigheden die aanleiding zijn geweest om werkneemster voor te stellen de arbeidsomvang te wijzigen. Koraal Groep heeft in dit verband aangevoerd dat zich binnen ontwikkelingen voordoen op het gebied van de AWBZ en Wmo, waardoor er sprake is van een ‘afbouw’ en overgang van cliënten/indicaties (taken) naar gemeenten. Daardoor zijn er binnen de thuiszorg waar werkneemster werkt, geen wachtlijsten meer en minder opnamen. Ten gevolge hiervan beschikt Koraal Groep niet meer over de mogelijkheden om werkneemster (structureel) meer dan 14,5 uur per week passende werkzaamheden aan te bieden. Koraal Groep heeft ook een redelijk voorstel gedaan. Werkneemster heeft onvoldoende onderbouwd dat de rugklachten het gevolg zijn van haar werk bij Koraal Groep. De arbeidsongeschiktheid van werkneemster brengt mee dat zij de fysieke werkzaamheden die inherent zijn aan de functie van medewerker thuiszorg, niet meer kan verrichten en aangewezen is op lichte, begeleidende werkzaamheden. Voldoende aannemelijk is dat er geen mogelijkheid is om voor meer dan 14,5 uur per week passende arbeid aan te bieden. In een geval waarin een werknemer blijvend arbeidsongeschikt is voor de eigen werkzaamheden en binnen de eigen onderneming ander passend werk voorhanden is, ligt het in de rede dat voor de nieuwe werkzaamheden een nieuwe arbeidsovereenkomst aangegaan wordt (Kamerstukken I 2001/02, 27678, 37a, p. 27). Dat is ook uitdrukkelijk vastgelegd in artikel 7:629 lid 12 BW. Gelet op de specifieke omstandigheden van het geval, te weten de duur van de arbeidsongeschiktheid in relatie tot de problemen die dit organisatorisch met zich brengt, heeft Koraal Groep in voldoende mate rekening gehouden met de belangen van werkneemster. Dat werkneemster veel belang hecht aan behoud van haar oorspronkelijke arbeidsomvang, is alleszins voorstelbaar. Zij dient daarbij evenwel niet uit het oog te verliezen dat zij bijna vijf jaar arbeidsongeschikt is en dat het langs de weg van intensieve pogingen tot re-integratie gelukt is haar stabiel voor 14,5 uur per week passende arbeid te laten verrichten. Voorts is van belang dat Koraal Groep te kennen gegeven heeft dat zij, waar zich bij haar passende mogelijkheden voordoen of er een kans bestaat om werkneemster meer uren aan te bieden, iedere uitbreidingsmogelijkheid zeker zal onderzoeken. Dat van werkneemster redelijkerwijs niet gevergd kon worden het voorstel te aanvaarden, is niet, althans onvoldoende gebleken.