Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Stichting Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid)
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 24 maart 2015
ECLI:NL:RBDHA:2015:4822

werkneemster/Stichting Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid)

Ontslag vanwege het bereiken van pensioengerechtigde leeftijd is niet kennelijk onredelijk.

Werkneemster is op 1 september 1989 bij (de rechtsvoorganger van) Kifid in dienst getreden. Op 24 april 2014 heeft zij de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. In december 2013 zijn partijen op verzoek van werkneemster in gesprek getreden over een eventuele voortzetting van het dienstverband na 24 februari 2014. Partijen zijn hierover niet tot overeenstemming gekomen. Kifid heeft hierop een ontslagvergunning aangevraagd en gekregen, waarna Kifid op 13 maart 2014 het dienstverband van werkneemster heeft opgezegd tegen 1 juli 2014. Werkneemster stelt dat het ontslag kennelijk onredelijk is. Zij voert aan dat Kifid geen consistent beleid voert met betrekking tot het al dan niet voortzetten van een dienstverband na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd en dat Kifid alleen wilde instemmen met een voortzetting van het dienstverband indien werkneemster genoegen zou nemen met slechtere arbeidsvoorwaarden. Toen zij hiermee niet akkoord wilde gaan is ontslag aangevraagd. Werkneemster mocht er echter op vertrouwen dat zij nog minstens twee jaar tegen gelijke arbeidsvoorwaarden zou kunnen doorwerken. Doordat deze verwachting niet is uitgekomen lijdt zij schade, welke zij begroot op 24 maandsalarissen, te vermeerderen met vakantiegeld.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Kifid heeft haar beleid ingeval een werknemer de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, en dat gericht is op het beëindigen van het dienstverband, voldoende toegelicht en onderbouwd. Dat Kifid – uitsluitend op initiatief van werkneemster – heeft overwogen een uitzondering op dit beleid te maken, maar dat partijen hieromtrent niet tot overeenstemming zijn gekomen, maakt het gegeven ontslag niet onredelijk. Als niet weersproken staat vast dat Kifid in de onderhandelingen direct haar naar het oordeel van de kantonrechter gerechtvaardigde wens kenbaar heeft gemaakt om bij eventuele voortzetting van het dienstverband de arbeidsvoorwaarden van werkneemster te harmoniseren met de arbeidsvoorwaarden van de overige personeelsleden binnen Kifid. Werkneemster erkent dat binnen Kifid de arbeidsvoorwaarden van verschillende personeelsleden uiteenlopen, dat Kifid hierop in 2014 een harmoniseringsbeleid heeft ingezet en dat hierover met het personeel uitgebreid is gecommuniceerd. Van een gerechtvaardigde en door Kifid gewekte verwachting aan de zijde van werkneemster het dienstverband nog minstens twee jaar onder dezelfde arbeidsvoorwaarden te kunnen voortzetten is derhalve geen sprake. Volgt afwijzing van de vordering.