Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 1 april 2015
ECLI:NL:RBMNE:2015:2432
Achmea Interne Diensten N.V./werknemer
Werknemer is op 1 juni 1996 bij (een rechtsvoorganger van) Achmea in dienst getreden. In de periode 20 mei 2011 tot en met 30 juni 2013 heeft hij de functie van Directeur Finance bij Achmea, Divisie Zorg & Gezondheid vervuld. Na deze functie heeft hij nog drie andere functies bij Achmea vervuld. Op 27 november 2014 hebben partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten die ziet op de beëindiging van het dienstverband per 1 april 2015. Partijen hebben in het kader van die vaststellingsovereenkomst geen overeenstemming kunnen bereiken over de vraag of in het onderhavige geval de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) van toepassing is en wat – in het licht daarvan – een passende ontslagvergoeding zou zijn. Ex artikel 96 Rv leggen zij deze vragen aan de kantonrechter voor.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Partijen verschillen (allereerst) van mening of werknemer in de functie Directeur Finance als topfunctionaris in de zin van de WNT moet worden gekwalificeerd. Hoewel werknemer geen leiding gaf aan het gehele Achmea-concern, moet werknemer toch als topfunctionaris worden aangemerkt. Daartoe dient het volgende. Uit het organogram van Achmea opgenomen volgt dat Achmea Zorgverzekeringen N.V. een dochter is van Achmea B.V. Achmea heeft ter zitting toegelicht dat werknemer Directeur Finance was van Achmea Zorgverzekeringen N.V. en dat Achmea Zorgverzekeringen N.V. het moederbedrijf is van de divisie Zorg & Gezondheid. Zij heeft verder toegelicht dat het directieteam van de Divisie Zorg & Gezondheid – waar werknemer als Directeur Finance deel van uitmaakt – verantwoordelijk was voor het bestuur van de verschillende bedrijfsonderdelen die deel uitmaken van de Divisie Zorg & Gezondheid. Uit de toelichting van partijen ter zitting blijkt verder dat enkel de zorgverzekeringstak binnen de Divisie Zorg & Gezondheid van het Achmea-concern onder de WNT valt. In de wetsgeschiedenis is het begrip ‘gehele rechtspersoon of instelling’ niet specifiek aan de orde gesteld. Wel volgt uit de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II 2012/13, 33715, 3) dat per rechtspersoon of instelling zal moeten worden bezien welke functionarissen als topfunctionaris aangemerkt moeten worden. In de situatie van Achmea moeten de bewoordingen ‘de gehele rechtspersoon of de gehele instelling’ in artikel 1.1 WNT zo begrepen worden dat daaronder valt de gehele zorgverzekeringstak van Achmea dat onder de WNT valt. Werknemer moet als Directeur Finance in de periode 20 mei 2011 tot en met 30 juni 2013 dan ook als topfunctionaris in de zin van de WNT worden aangemerkt.
Per 1 juli 2013 is werknemer in overleg met Achmea uit deze functie teruggetreden. Vast staat dat werknemer na de functie van Financieel Directeur binnen het Achmea-concern drie functies heeft vervuld, te weten Projectmanager (vanaf 1 juli 2013 tot 30 november 2013), Directeur Finance bij een andere divisie (vanaf 1 december 2013 tot 30 juni 2014) en Programmamanager (vanaf 1 juli 2014 totdat de arbeidsovereenkomst op 1 april 2015 zal eindigen). Werknemer gaat ervan uit dat hij een ‘gewezen topfunctionaris’ is. Geoordeeld wordt dat werknemer niet als een gewezen topfunctionaris is te beschouwen, maar als een topfunctionaris die in het verlengde van zijn functie in de aanloop naar een definitieve oplossing bij dezelfde werkgever tijdelijk werkzaamheden heeft verricht. Deze situatie is een andere situatie dan waar de bepalingen van artikel 2.10 lid 3 en 3.7 lid 3 WNT op doelen. In deze artikelen betreft het de (andere) situatie dat de topfunctionaris feitelijk geen werkzaamheden meer verricht en door een lange vrijstelling van werkzaamheden feitelijk meer dan het maximumbedrag verkrijgt. In het geval van werknemer geldt juist dat hij na zijn topfunctie tijdelijke werkzaamheden heeft verricht in afwachting van een mogelijke definitieve plaatsing, hetgeen later niet mogelijk bleek. Wanneer geoordeeld zou worden dat het vervullen van een tijdelijke functie tijdens een zoektocht naar een passende functie, van een topfunctionaris een gewezen topfunctionaris maakt, zou dat betekenen dat de WNT kan worden omzeild door een topfunctionaris voor een korte termijn een andere functie te geven. Dit is niet de bedoeling van de wetgever geweest. Conclusie: de WNT is van toepassing.
Voor dat geval verzoekt werknemer de vergoeding – in het licht van de omstandigheden van het geval – op een bedrag binnen de bandbreedte van € 75.000 bruto en € 370.481 bruto vast te stellen. Daarbij dient volgens werknemer in ieder geval rekening te worden gehouden met het feit dat het terugtreden als Directeur Finance door Achmea is geïnitieerd zonder dat sprake was van verwijtbaarheid van werknemer, het feit dat beëindiging van het dienstverband door Achmea is geïnitieerd en in haar risicosfeer ligt, dat van verwijtbaarheid van werknemer geen sprake is, het tijdsverloop, de overige omstandigheden van het geval, waaronder het goede functioneren, de duur van het dienstverband, zijn leeftijd en zijn beperkte kansen op de arbeidsmarkt. De kantonrechter ziet in de door werknemer genoemde omstandigheden geen aanleiding om van de WNT-norm naar boven af te wijken. Het zijn allemaal omstandigheden die door de wetgever bij het vaststellen van het maximumbedrag zijn verdisconteerd. Een vergoeding van € 75.000 leidt voor werknemer bovendien niet tot een onbillijk resultaat.