Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Alkmaar), 13 mei 2015
ECLI:NL:RBNHO:2015:3980
Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee/werknemer
NIOZ is het nationaal oceanografisch instituut van Nederland dat zich richt op wetenschappelijk zeeonderzoek van met name de Noordzee en de Waddenzee. Werknemer is sinds 1985 in dienst van NIOZ. Sinds juli 2007 is hij adjunct-directeur. NIOZ verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden wegens gewichtige redenen, bestaande uit een verandering in de omstandigheden. Aan dit verzoek legt NIOZ ten grondslag dat onder verantwoordelijkheid van werknemer NIOZ in grote financiële problemen is geraakt. De financiële situatie van NIOZ vergde een aanpak waarin strategische keuzes moesten worden gemaakt en ook mensen moesten afvloeien. NIOZ stelt dat de positie van werknemer als adjunct-directeur onhoudbaar is geworden nu hij naar aanleiding van het concept voor het plan van aanpak bij herhaling kenbaar heeft gemaakt dat voor hem een aantal aspecten daarvan als breekpunten golden en hij daarvoor geen verantwoordelijkheid wenste te nemen. Werknemer heeft zich voorts bij het uiten van zijn opvattingen bediend van een wijze van formuleren die dodelijk is voor elke vorm van constructieve dialoog, waarbij werknemer twee collega’s onheus heeft bejegend, aldus NIOZ. Er is sprake van een onherstelbaar verstoorde arbeidsrelatie. Er is geen aanleiding werknemer een vergoeding toe te kennen. NIOZ stelt dat de WNT van toepassing is. Werknemer verzoekt een vergoeding toe te kennen met C=2.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Niet aannemelijk is geworden dat werknemer daadwerkelijk een inhoudelijk debat wilde voeren over het plan van aanpak. Immers zowel op 1 augustus als in zijn verklaring van tien dagen daarna heeft werknemer uitsluitend breekpunten benoemd. Voorts heeft hij na het voorlezen van zijn verklaring de vergadering verlaten en heeft hij medegedeeld voorlopig geen MT-vergaderingen meer te zullen bijwonen. Ten slotte is van belang dat zijn verklaring ook inhoudelijk op geen enkele wijze zijn standpunt dat hij het debat wilde voeren ondersteunt. Daarnaast heeft werknemer een aantal van de aanwezige collega’s ernstig beledigd en het – in zijn ogen achterbakse – gedrag van een collega uit België bestempeld als de Vlaamse Ziekte. Daarmee heeft hij de mogelijkheid tot verdere samenwerking van het MT met hem als directielid, in een periode waarin dat voor het NIOZ onontbeerlijk was, weggenomen. De stelling van werknemer dat NIOZ in het kader van de besluitvorming in de onderhavige kwestie in strijd met de statuten van het NIOZ dan wel in strijd met de WOR heeft gehandeld, hetgeen door NIOZ gemotiveerd is betwist, is niet aannemelijk geworden. Werknemer heeft het door zijn handelwijze onmogelijk gemaakt verder te functioneren in zijn functie van adjunct-directeur. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden.
De kantonrechter is van oordeel dat gezien de stand van de jurisprudentie aan de WNT reflexwerking toekomt en dat de WNT er niet aan in de weg staat dat een hogere vergoeding wordt toegekend dan het in de WNT genoemde bedrag van € 75.000 indien de billijkheid dat klaarblijkelijk eist, op grond van de omstandigheden van het geval. Geoordeeld wordt echter dat de vertrouwensbreuk tussen partijen voor een belangrijk deel ligt in de risicosfeer van werknemer en dat het ook aan hem te wijten is. Immers een adjunct-directeur dient in staat te zijn ook in een moeilijke situatie te blijven samenwerken, het inhoudelijke debat te voeren en waar nodig concessies te doen en zich te onthouden van onnodig grievende uitlatingen over zijn collega’s. De kantonrechter ziet bovendien niet wat NIOZ nog meer had kunnen doen, om de door werknemer gecreëerde situatie te doen keren en de vertrouwensbreuk te repareren. Meegewogen wordt dat werknemer een eenzijdig arbeidsverleden en een gespecialiseerde achtergrond heeft. Daarnaast heeft werknemer zich jarenlang naar tevredenheid van NIOZ ingezet voor NIOZ. Mede gelet op de leeftijd en arbeidsmarktpositie van werknemer wordt een vergoeding van € 75.000 bruto toegekend.