Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant, 7 mei 2015
ECLI:NL:RBOBR:2015:2746
werknemer/Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorziening Regio Eindhoven c.s.
Werknemer is op 25 november 2013 voor bepaalde tijd in dienst getreden van Ergon in de functie van medewerker werkervaringsproject. Werknemer is tewerkgesteld bij PostNL. Op 14 januari 2014 is werknemer een arbeidsongeval overkomen toen hij bij PostNL in het depot te Son op de afdeling Intern Transport werkzaamheden verrichtte. Tijdens die werkzaamheden heeft er een botsing tussen werknemer en (een) rolcontainer(s) plaatsgevonden waardoor werknemer letsel aan zijn rechterarm heeft opgelopen. Over de exacte toedracht van het ongeval verschillen partijen van mening. Werknemer heeft Ergon en PostNL aansprakelijk gesteld voor de schade op grond van artikel 7:658 BW. In de onderhavige deelgeschilprocedure verzoekt werknemer de kantonrechter vast te stellen dat Ergon en PostNL aansprakelijk zijn voor de schade als gevolg van het arbeidsongeval.
De kantonrechter oordeelt als volgt. De toedracht is volgens Ergon en PostNL onduidelijk nu werknemer daarover niet eensluidend heeft verklaard. De gemachtigde van werknemer heeft tijdens de mondelinge behandeling gemotiveerd betwist dat de lezingen c.q. verklaringen niet met elkaar te rijmen zouden zijn. Volgens werknemer was de gang waar hij met de twee rolcontainers door moest te smal en was er op de avond van het ongeval sprake van een onderbezetting, hetgeen door Ergon en PostNL gemotiveerd wordt betwist. De exacte plaats van het ongeval staat tussen partijen evenmin vast net als het antwoord op de vraag waar, wanneer en welke instructies door wie aan werknemer zijn gegeven. Ergon en PostNL voeren eensluidend aan dat uitgebreid onderzoek en nadere bewijslevering ten aanzien van de feiten nodig is om te kunnen vaststellen of zij zijn tekortgeschoten in hun zorgplicht en als gevolg daarvan aansprakelijk zijn voor door werknemer geleden schade. Ergon en PostNL worden gevolgd in hun stelling dat de onderhavige procedure zich daar niet voor leent en dat dit geschil niet geschikt is voor behandeling in een deelgeschilprocedure. Bij de huidige stand van zaken kan evenmin goed beoordeeld worden wat de omvang is van de zorgplicht van Ergon en/of PostNL als bedoeld in artikel 7:658 BW en of deze zorgplicht is geschonden. De kantonrechter wijst er nog op dat er geen althans onvoldoende toegespitste gegevens of (getuigen)verklaringen zijn die dadelijk voorwerp kunnen zijn van een beoordeling. Het verzoek van werknemer wordt afgewezen.