Naar boven ↑

Rechtspraak

Smart Carriers Services B.V./werknemer
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 26 mei 2015
ECLI:NL:RBAMS:2015:3236

Smart Carriers Services B.V./werknemer

Ontbinding wegens verstoorde arbeidsrelatie. Kort dienstverband. Eerder gedane toezeggingen worden door nieuwe beleidsbepalers niet nagekomen. Vergoeding vier maandsalarissen.

Werknemer is op 1 maart 2014 in dienst getreden van Smart Carrier Services. Afgesproken is dat werknemer in dienst zou treden als Chief Operations Officer (hierna COO). In de tussen partijen getekende arbeidsovereenkomst is opgenomen dat werknemer de positie van Business Development Director (hierna BDD) zal bekleden. Vanaf begin maart 2015 is werknemer niet langer actief voor Smart Carrier Services. Zijn salaris wordt doorbetaald. Smart Carriers Services verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding van één maandsalaris. Smart Carriers Services stelt hiertoe dat werknemer in de functie BDD niet naar behoren heeft gefunctioneerd. Bij brief van 4 december 2014 heeft werknemer meegedeeld dat hij overleg wilde over een beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Sedertdien heeft hij ook feitelijk niets meer gedaan. Onder die omstandigheden is er geen grond meer voor een vruchtbare samenwerking, aldus Smart Carrier Services. Werknemer verzoekt een vergoeding van € 160.000 bruto toe te kennen. Hij voert aan dat Smart Carrier Services zich schuldig heeft gemaakt aan slecht werkgeverschap. Zij heeft stelselmatig gemaakte afspraken niet nageleefd, is toezeggingen niet nagekomen en heeft niet gereageerd op vragen.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Nu er geen mogelijkheden meer zijn voor een vruchtbare voortzetting van de arbeidsovereenkomst, zal deze worden ontbonden. Ten aanzien van de vergoeding wordt het volgende overwogen. Aannemelijk is geworden dat werknemer door Smart Carrier Services actief is benaderd om bij haar in dienst te treden. Daarvoor was het nodig dat hij, op dat moment woonachtig in Italië, naar Nederland zou verhuizen. Onbestreden is ook dat ook de echtgenote van werknemer daarvoor haar baan heeft opgezegd om naar Nederland te gaan. Verder is afdoende naar voren gekomen dat aan werknemer de functie van COO in het vooruitzicht is gesteld. Weliswaar is in de getekende arbeidsovereenkomst de functie van BDD opgenomen, maar op geen enkele wijze is door Smart Carrier Services naar voren gebracht dat over deze taak door haar met werknemer concrete afspraken zijn gemaakt en voorafgaand aan de tekening van de arbeidsovereenkomst over de inhoud en het takenpakket van BDD is gesproken. Dat werknemer als BDD niet goed heeft gefunctioneerd, is een onterecht verwijt, omdat Smart Carrier Services werknemer daarvoor niet had aangenomen. Bovendien is het gestelde disfunctioneren op geen enkele wijze aangetoond. De stukken en de toelichting ter terechtzitting maken aannemelijk dat werknemer bij Smart Carrier Services het slachtoffer is geworden van een verandering in de directie, waardoor hij in een situatie terecht is gekomen dat degenen die hem naar Smart Carrier Services hebben gehaald en daarbij bepaalde toezeggingen hadden gedaan bij Smart Carrier Services buiten beeld zijn geraakt. Werknemer werd vervolgens geconfronteerd met nieuwe beleidsbepalers die het oorspronkelijk uitgestippelde traject met hem niet wensten te bewandelen. Dat werknemer in de brief van 4 december 2014 om een oplossing voor deze problematiek heeft gevraagd, is voorstelbaar en de wijze waarop hij dat heeft gedaan, is in de gegeven omstandigheden niet verwijtbaar. De reactie van Smart Carrier Services hierop is echter ondermaats. In plaats van de erkenning van de moeilijke positie waarin werknemer terecht was gekomen en te kijken naar een gezamenlijke oplossing, heeft zij slechts aansluiting gezocht bij de mededeling van werknemer dat hij wilde praten over de mogelijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst en daarin aanleiding gezocht om te concluderen dat werknemer niet langer bij Smart Carrier Services wilde werken. Ook heeft zij niet de moeite genomen inhoudelijk op de brief van werknemer te reageren. Een vergoeding van vier maandsalarissen (€ 50.000 bruto) wordt op zijn plaats geacht.