Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 4 mei 2015
ECLI:NL:RBAMS:2015:3234
werkgeefster/Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Bouwnijverheid
Tussen werkgeefster en Bpf Bouw is in geschil of werkgeefster is aan te merken als werkgever, als gedefinieerd in het zogenoemde verplichtstellingsbesluit van Bpf Bouw. Geoordeeld is dat Bpf Bouw de bewijslast draagt van haar stellingen dat zij werkgeefster terecht heeft aangesloten per 1 januari 2011. Aangezien partijen over de aard van de activiteiten van werkgeefster c.q. de door werkgeefster verrichte werkzaamheden geen geschil hadden, maar wel over de hoeveelheid en de rubricering daarvan, is bij tussenvonnis van 11 november 2013 een oordeel gegeven over de activiteiten, of zij wel of niet vallen onder de werkingssfeer van Bpf Bouw. Vervolgens is een deskundige benoemd. Op 26 november 2014 heeft de deskundige aan de rechtbank gerapporteerd. De deskundige komt samengevat tot de conclusie dat in 2011 de loonkosten besteed aan de activiteiten die onder de werkingssfeer van Bpf Bouw vallen 43,9% van de totale loonkosten uitmaken, terwijl 56,1% van de loonkosten zijn besteed aan activiteiten die niet tot Bpf Bouw gerekend moeten worden. In 2012 was de verhouding 38,3% bouw en 61,7% niet-bouw. Bpf Bouw en werkgeefster hebben op het rapport gereageerd. Volgens Bpf Bouw heeft de deskundige zijn onderzoek niet conform de opdracht uitgevoerd.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Met het door de deskundige verrichte onderzoek is afdoende gebleken dat een groter gedeelte van het verloonde bedrag is gemoeid met werkzaamheden van werkgeefster, die niet vallen onder de werkingssfeer van Bpf Bouw. Uit het onderzoek van de deskundige volgt dat het deel van de activiteiten van werkgeefster dat conform de eerdere tussenvonnissen in deze zaak onder de werkingssfeer van Bpf Bouw ressorteert, kleiner is dan het deel van de activiteiten dat de aansluiting van werkgeefster bij Bpf Bouw zou rechtvaardigen. Dat geldt voor 2011 zowel als voor 2012. Er is geen reden te twijfelen aan de juistheid van de cijfermatige onderbouwing van de deskundige van zijn bevindingen en evenmin aan de juistheid van de door werkgeefster verstrekte informatie omtrent de aard van de werkzaamheden. Bpf Bouw heeft aangeboden om door middel van het doen horen van getuigen vast te stellen wat de activiteiten van werkgeefster feitelijk inhielden, waarbij de opdrachtgevers van werkgeefster zouden moeten worden gehoord. Dit bewijsaanbod is te onbepaald om te worden toegewezen, nu niet duidelijk is welke getuige Bpf Bouw waarover wil horen. Het is meer een zogenoemde ‘fishing expidition’ dan een concreet bewijsaanbod, en daarvoor is getuigenbewijs niet bedoeld. De door werkgeefster gevorderde verklaring voor recht dat zij niet onder de werkingssfeer van de verplichtstelling van Bpf Bouw valt wordt toegewezen, waarbij de kantonrechter begrijpt dat deze ziet op het verplichtstellingsbesluit van Bpf Bouw, zoals dit luidt na de laatste wijziging in 2012.