Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgever/werknemer
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 24 april 2015
ECLI:NL:RBROT:2015:3881

werkgever/werknemer

Werknemer is na overgang van onderneming werkzaam op basis van arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Opzegging door werknemer is niet onregelmatig.

Werknemer is op 1 november 2011 bij werkgever in dienst getreden. Werknemer heeft zijn arbeidsovereenkomst opgezegd tegen 31 juli 2013. Bij brief d.d. 5 juli 2013 heeft werkgever aan werknemer te kennen gegeven dat zijn arbeidsovereenkomst tot 1 november 2013 liep en dat hij met de tussentijdse opzegging door werknemer niet akkoord ging. Werkgever vordert betaling van een bedrag van € 9.092 van werknemer als volledige schadevergoeding. Daartoe wordt aangevoerd dat werkgever schade heeft geleden doordat opdrachtgever WR-Service heeft laten weten geen zaken meer met werkgever te doen nadat het voorgenomen vertrek van werknemer bekend werd. Omdat tussen werkgever en WR-Service een opzegtermijn van zes maanden geldt, acht werkgever het redelijk de winstderving over de duur van zes maanden van werknemer te vorderen, te weten een totaalbedrag ad € 11.586. Werknemer stelt dat hij werkzaam was op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Omdat N al zijn ondernemingsactiviteiten aan werkgever had overgedragen, trad werknemer op 1 november 2011 in dienst bij werkgever in het kader van overgang van onderneming. Er was derhalve sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In reconventie vordert werknemer betaling van achterstallig loon.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Allereerst ligt ter beoordeling de vraag voor of tussen N en werkgever sprake is geweest van een overgang van onderneming. N was een kleinbedrijf (een eenmanszaak), dat zich voornamelijk bezighield met de installatie van kranen. De directeur van N had alleen werknemer in dienst. De grootste klant van N was WR-Service. Per 1 november 2011 zijn zowel werknemer als de eigenaar van N in dienst getreden bij werkgever en hield N als zodanig op te bestaan. Daarbij zijn de enige bedrijfsauto en het gereedschap van N overgenomen door werkgever. Verder is WR-Service als klant overgenomen en werd WR-Service vanuit werkgever uitsluitend bediend door werknemer voor het repareren van Grohe-kranen. Gesteld noch gebleken is dat N beschikte over noemenswaardige activiteiten, klanten of zaken die niet zijn overgenomen door werkgever. Uit deze feitelijke gang van zaken concludeert de kantonrechter dat tussen werkgever en N wilsovereenstemming moet hebben bestaan over de overdracht van de ondernemingsactiviteiten van N aan werkgever, op grond waarvan N, dat als economische eenheid dient te worden beschouwd, is overgedragen aan werkgever, en dat deze economische eenheid haar identiteit binnen werkgever heeft behouden doordat de belangrijkste ondernemingsactiviteiten, de grootste en belangrijkste klanten, het personeel en inventaris zijn overgenomen. Aldus is sprake geweest van een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW. Dit betekent dat op grond van artikel 7:663 BW door de overgang van onderneming de rechten en plichten van N jegens werknemer van rechtswege zijn overgegaan op werkgever. Ten tijde van de opzegging van de arbeidsovereenkomst door werknemer was reeds sprake van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd op grond van artikel 7:668a lid 1 BW. Ingevolge artikel 7:672 lid 1 onderdeel a BW bedroeg voor werknemer de opzegtermijn één maand. Vast staat dat werknemer daadwerkelijk een opzegtermijn van één maand in acht heeft genomen. Dit leidt tot de conclusie dat werknemer de arbeidsovereenkomst niet onregelmatig heeft opgezegd. De vordering van werkgever tot schadevergoeding op grond van onregelmatige opzegging door werknemer wordt afgewezen. Dat sprake zou zijn van onrechtmatige concurrentie is door werkgever onvoldoende aannemelijk gemaakt. De in reconventie door werknemer gevorderde betaling van achterstallig loon wordt toegewezen.