Rechtspraak
werknemer/Adriaan Goede B.V.
Werknemer is sinds 4 april 1984 werkzaam bij Adriaan Goede. Inmiddels vervult hij de functie van operator. Adriaan Goede houdt zich bezig met het produceren en leveren van gedroogde en vloeibare eiproducten voor onder meer de voedingsmiddelenindustrie. Uit camerabeelden, waarmee werknemer op 16 november 2014 is geconfronteerd, is gebleken dat werknemer tijdens zijn werkzaamheden heeft geconstateerd dat in de verpakking van een doos met eierpoeder een gat zat, dat werknemer deze doos niettemin ‘door heeft laten gaan’, en dat hij de betreffende doos onder op een pallet heeft geplaatst. Als gevolg hiervan is werknemer op 26 november 2014 op staande voet ontslagen. Als dringende reden is gegeven dat werknemer zijn plichten als werknemer op grove en onacceptabele wijze niet is nagekomen en dat hij de belangen van Adriaan Goede onacceptabel op het spel heeft gezet. Werknemer beroept zich op de vernietigbaarheid van het ontslag.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Het ontslag op staande voet is onverwijld gegeven. Aangenomen moet worden dat Adriaan Goede voor het eerst op 14 november 2014 heeft kennisgenomen van de camerabeelden waar het in deze zaak om gaat. Er is niet gebleken dat Adriaan Goede die beelden eerder heeft gezien. Adriaan Goede heeft werknemer op 16 november 2014 geconfronteerd met de camerabeelden, waarna werknemer bij brief van 16 november 2014 is vrijgesteld van werkzaamheden en hij bij brief van 18 november 2014 is uitgenodigd voor een gesprek op 21 november 2014 om zijn zienswijze kenbaar te maken. Adriaan Goede heeft aldus zorgvuldig en voldoende voortvarend gehandeld. Het was terecht dat Adriaan Goede de zienswijze van werknemer wilde afwachten, voordat een beslissing werd genomen over ontslag, omdat niet bij voorbaat uitgesloten kon worden dat werknemer een (nadere) verklaring kon geven voor zijn gedragingen die te zien zijn op de camerabeelden. Dat het gesprek niet heeft plaatsgevonden op 21 november 2014, maar op 24 november 2014, heeft te maken met het feit dat de advocaat van werknemer heeft gevraagd om verplaatsing daarvan. Vervolgens is werknemer na het gesprek van 24 november 2014 bij brief van 26 november 2014 op staande voet ontslagen. Ook dat is voldoende voortvarend.
De kantonrechter heeft de camerabeelden met partijen op zitting bekeken en besproken. Gelet op die beelden en de toelichting van partijen is de kantonrechter er niet van overtuigd dat de door Adriaan Goede gestelde gedragingen bewust en opzettelijk zijn begaan door werknemer. Hoewel die gedragingen op het eerste gezicht inderdaad wat ‘verdacht’ lijken, heeft werknemer op de zitting voor al zijn handelingen een verklaring gegeven die voldoende geloofwaardig is. Die verklaring van werknemer maakt ook voldoende aannemelijk dat sprake is geweest van een onopzettelijke fout, en niet van een bewuste en opzettelijke gedraging. Het maken van een dergelijke fout, ook als deze als ernstig is aan te merken, kan geen ontslag op staande voet rechtvaardigen. Daarbij wordt meegewogen dat sprake is van een eenmalige fout en dat werknemer daarvoor nooit eerder gewaarschuwd is. Ook weegt mee dat werknemer al dertig jaar in dienst is en steeds goed heeft gefunctioneerd, en dat de gevolgen van het ontslag zeer ernstig zijn voor werknemer. Geoordeeld wordt dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is.