Naar boven ↑

Rechtspraak

Vereniging Ambulancezorg Nederland/CNV Connectief c.s.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 10 juni 2015
ECLI:NL:RBMNE:2015:4232

Vereniging Ambulancezorg Nederland/CNV Connectief c.s.

Collectieve acties in de ambulancezorg, bestaande uit het beperkt ‘statussen’, worden verboden. Medische hulp kan door de collectieve acties bij een levensbedreigende situatie vertraging oplopen en voor patiënt te laat komen.

Eind oktober 2014 zijn FNV en CNV enerzijds en AZN (vereniging van werkgevers in de branche van de ambulancezorg) anderzijds de onderhandelingen gestart over een nieuwe CAO Ambulancezorg. Op 30 maart 2015 zijn de besprekingen afgebroken, nadat CNV en FNV het bod van AZN hadden afgewezen. AZN is niet op een ultimatum ingegaan. Op 6 mei 2015 zijn door FNV en CNV collectieve acties aangezegd, waarbij ‘het ambulancepersoneel protocollen, brancherichtlijnen, wetgeving en de cao Ambulancezorg strikter zal naleven’. Aangekondigd is dat de acties vanaf 8 juni 2015 zullen worden uitgebreid, in die zin dat het ambulancepersoneel ook ‘geen prioriteit’ meer zal geven ‘aan het “statussen”’. Tevens werd aangezegd dat er ‘(n)a elke rit wordt teruggekeerd naar de standplaats’ en dat ‘(p)auzes (-) strikter (zullen) worden gehandhaafd’. Ook in deze periode zou, zo vermeldden de aanzeggingsbrieven, ‘de acute zorgverlening (-) gegarandeerd’ blijven. Het genoemde ‘statussen’ houdt in dat het ambulancepersoneel tijdens hun ritten statusberichten invoert in een geautomatiseerd systeem dat deze informatie (ook bij overbelasting van het netwerk) doorgeleidt naar de betreffende meldkamer. Hierdoor is de ‘status’ van de ambulances op de weg steeds bekend bij de meldkamer. AZN stelt dat CNV en FNV onrechtmatig handelen door hun leden op te roepen om vanaf maandag 8 juni 2015 te 08.00 uur tot maandag 22 juni 2015 te 08.00 uur geen prioriteit te geven aan het ‘statussen’. Ten gevolge van het niet of beperkt ‘statussen’ door het ambulancepersoneel functioneert het geautomatiseerde toewijzingssysteem niet en ontberen de meldkamers de voor een spoedinzet vereiste vitale informatie. Hierdoor lopen patiënten in levensbedreigende situaties het gevaar dat zij – mogelijk onherstelbare – schade lijden, omdat spoedeisend onderzoek en behandeling door de vertraagde respons op de melding te lang uitblijven, aldus AZN.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. In dit kort geding verschillen partijen er niet over van mening dat aan het collectieve optreden van werknemers en vakbonden een belangengeschil in de zin van artikel 6 lid 4 ESH ten grondslag ligt. Nu de vakbonden terecht de bescherming van artikel 6 lid 4 ESH hebben ingeroepen en zij de spelregels (zoals tijdige aanzegging) – naar AZN niet heeft weersproken – in acht hebben genomen, dient bij de beantwoording van de vraag of het actiemiddel van het niet of beperkt ‘statussen’ niettemin onrechtmatig jegens AZN is te worden beoordeeld of – met inachtneming van de in artikel G ESH voorziene beperkingen – op grond van alle relevante omstandigheden van het geval de vakbonden in redelijkheid niet tot dit actiemiddel hebben kunnen besluiten en een verbod of beperking van dat actiemiddel maatschappelijk gezien dringend noodzakelijk is. Aangenomen moet worden dat zich dit voordoet, indien dit actiemiddel leidt tot een vermindering van de mogelijkheid tot medische verzorging, in die zin dat patiënten daardoor komen bloot te staan aan het gevaar dat zij – mogelijk onherstelbare – schade lijden doordat onderzoek en behandeling te lang uitblijven (vgl. HR 22 november 1991, NJ 1992/508). In zoverre gaat dit kort geding in de kern om de vraag of van de vakbonden kan worden gevergd dat zij de voortgang van een essentiële, en in de letterlijke zin van het woord vitale, dienst die de ambulancezorg is, hebben te respecteren.

De voorzieningenrechter komt op grond van de standpunten over en weer tot het oordeel dat thans de kans bestaat dat een meldkamer in geval van een spoedmelding, bij gebreke van geautomatiseerde informatie over de status van de ambulances, niet zodanig snel kan zorgdragen voor de inzet van de meest in aanmerking komende ambulance dat de veiligheid van degene die de gevraagde acute zorg behoeft zo veel mogelijk is verzekerd. In een situatie waarin elke seconde telt, zoals zich in het bijzonder laat denken in het geval een patiënt gereanimeerd moet worden, is het niet verantwoord dat de meldkamer geen gebruik kan maken van een op basis van volledige statusgegevens automatisch gegenereerd inzetvoorstel. In die situatie, waarin het leven van een patiënt in acuut gevaar is, kan redelijkerwijs niet worden verlangd dat de meldkamer eerst contact opneemt met de zich in de buurt bevindende ambulances, óók niet als die oproep aan deze ambulances in één keer kan worden gedaan. Dan kan ook niet worden vertrouwd op eerder mondeling, per portofoon, aan de meldkamer doorgegeven statusberichten, omdat dat een aparte registratie van die gegevens vergt waarop bij een levensbedreigende situatie in de voorstelbare hectiek van het moment niet kan worden vertrouwd. De kans op fouten is dan te groot. Dat zich een dergelijke situatie tot nog toe niet heeft voorgedaan, betekent niet dat die in de periode tot 22 juni 2015 te 08.00 uur zal uitblijven. In het menselijk bestaan is nu eenmaal, met het leven, de kans op een abrupt levenseinde gegeven. Juist omdat de gevolgen van een niet zo snel als mogelijk medisch ingrijpen, zoals een reanimatie, ernstig en onherroepelijk kunnen zijn, geeft hier niet de doorslag dat de statistische kans dat zich tijdens de onderhavige collectieve acties een dergelijke noodsituatie, waarin alles aankomt op onmiddellijk medisch ingrijpen, mogelijk gering is. De voorzieningenrechter, die ambtshalve in deze en eerdere zaken de werkers in de ambulancezorg heeft leren kennen als buitengewoon consciëntieuze zorgverleners, heeft hierbij ook de belangen in aanmerking te nemen van het meldkamer- en ambulancepersoneel dat zich geconfronteerd ziet met een situatie waarin de hulp aan een patiënt mogelijk door een vertraging in de responstijd – hoe gering ook – net te laat komt. Hiertegen weegt het grondrecht van de werknemers en de hen vertegenwoordigende vakbonden, hoe zwaarwegend ook, niet op. Dit alles rechtvaardigt een verbod op het oproepen tot het niet of beperkt ‘statussen’.