Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 20 januari 2015
ECLI:NL:GHDHA:2015:1116
werknemer/Coca Cola Enterprises Nederland
Werknemer is tot 1 november 2004 in dienst geweest van Coca Cola. Hij vordert € 653.645 aan niet nagekomen toezeggingen. De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen wegens verjaring.
Het hof oordeelt als volgt. Artikel 3:310 lid 1 BW bepaalt, voor zover hier van belang, dat een rechtsvordering tot vergoeding van schade verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. Naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad moet de eis dat de benadeelde bekend is geworden met zowel de schade als de daarvoor aansprakelijke persoon aldus worden opgevat dat het hier gaat om een daadwerkelijke bekendheid, zodat het enkele vermoeden van het bestaan van schade niet volstaat. Deze verjaringstermijn begint pas te lopen op de dag na die waarop de benadeelde daadwerkelijk in staat is een rechtsvordering tot vergoeding van de door hem geleden schade in te stellen. Daarvan zal sprake zijn als de benadeelde voldoende zekerheid – die niet een absolute zekerheid behoeft te zijn – heeft verkregen dat de schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van de betrokken persoon. Het antwoord op de vraag op welk tijdstip de verjaringstermijn is gaan lopen, is afhankelijk van alle terzake dienende omstandigheden (HR 9 oktober 2009, NJ 2012/193 en HR 9 juli 2010, NJ 2012/194). Voor het gaan lopen van de verjaringstermijn van artikel 3:310 lid 1 BW is niet vereist dat de benadeelde bekend is met alle componenten of met de gehele omvang van zijn schade. Het hof kan het argument van werknemer dat hij eerst in 2011 enigszins bekend is geworden met de aard en de omvang van de schade niet plaatsen, aangezien uit de stellingen van werknemer niet volgt dat hij door toedoen van Coca Cola schade (in de zin van art. 6:162 BW) heeft geleden of (in de zin van art. 6:212 BW) is verarmd. Voor zover hij bedoelt dat zijn schade of verarming heeft bestaan uit door hem verrichte arbeid waar geen toereikende beloning tegenover heeft gestaan, staat dat argument aan verjaring niet in de weg, reeds omdat de arbeid vóór 1 november 2004 is verricht hetgeen werknemer, net als de hoogte van zijn loon, niet kan zijn ontgaan.