Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland, 10 juni 2015
ECLI:NL:RBMNE:2015:3972
Strukton Worksphere B.V./Arboned B.V.
Van 1 april 2008 tot 1 november 2014 heeft Arboned de arbodienstverlening voor Strukton verzorgd. Op 1 augustus 2011 is werknemer X uitgevallen wegens lage rugklachten. Op 1 mei 2013 heeft het UWV Strukton een loonsanctie opgelegd tot 28 juli 2014, omdat de re-integratie-inspanningen onvoldoende werden gevonden (met name omdat in een vroeg stadium psychische begeleiding gestart had moeten worden, hetgeen niet is gebeurd). De loonsanctie is uiteindelijk verkort tot 28 juni 2014. Strukton stelt dat Arboned aansprakelijk is voor de schade die Strukton heeft geleden als gevolg van de opgelegde loonsanctie.
De rechtbank oordeelt als volgt. Uit de Beleidsregels beoordelingskader Poortwachter en de Richtlijn Handelen van de bedrijfsarts met rugklachten van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (de NVAB) komt duidelijk naar voren dat van een bedrijfsarts ook verwacht wordt dat hij naar behandelmogelijkheden kijkt voor zover die zijn gericht op werkhervatting en daarover zo nodig adviseert. In de richtlijn van de NVAB, toch de beroepsvereniging van bedrijfsartsen, wordt zelf gesproken over verwijzen, wat nog verder gaat dan adviseren. Het verweer van Arboned dat een bedrijfsarts zich sowieso niet met de behandeling hoort te bemoeien wordt daarom verworpen. De rechtbank maakt uit de richtlijnen op dat bij langdurende rugklachten in combinatie met psychische klachten er een neerwaartse spiraal kan ontstaan die doorbroken moet worden. Daarvoor is van belang dat juist ook de psychische klachten worden behandeld. De reden die bedrijfsarts A heeft gegeven, dat de behandeling van X eigenlijk al multidisciplinair was, miskent dat, want de psychische klachten werden nog niet behandeld. Wat betreft de inschatting dat X een extra behandeling niet had aangekund overweegt de rechtbank dat het op zijn minst geprobeerd had kunnen worden. Verder is in april 2013 alsnog psychische behandeling ingezet en niet gebleken is dat X die behandeling niet aankon. Het kan aan A verweten kan worden dat hij er niet op heeft toegezien dat X de volgens de richtlijnen noodzakelijke verwijzing naar behandeling voor zijn psychische klachten kreeg, omdat deze klachten werkhervatting (mede) belemmerden. Hiermee is sprake van een beroepsfout waarvoor Arboned aansprakelijk is. Geoordeeld wordt dat er een causaal verband is tussen de beroepsfout van A en de schade die Strukton heeft geleden doordat haar een loonsanctie is opgelegd.
Arboned stelt dat Strukton de schade had kunnen beperken door eerder een deskundigenoordeel aan te vragen bij het UWV, zoals nadrukkelijk door de arbeidsdeskundige is geadviseerd in het nabericht bij het rapport uit december 2012. Als Strukton half december 2012 het oordeel had aangevraagd had zij dus eind januari 2013 dat oordeel kunnen hebben. Logischerwijs zou het UWV dan, net als later in het kader van de WIA-aanvraag, geoordeeld hebben dat de re-integratie-inspanningen onvoldoende waren. De psychische behandeling van X had dan eerder, in februari 2013, gestart kunnen worden in plaats van in april 2013. De (intensievere) begeleiding zoals die later is ingezet, had ook eerder ingezet kunnen worden. Dat op grond daarvan de loonsanctie niet opgelegd zou zijn komt de rechtbank niet aannemelijk voor want er zou nog steeds sprake zijn van vertraging in de re-integratie-inspanningen. Maar Strukton had dan wel eerder een verzoek om bekorting van de loonsanctie kunnen doen waarmee ze haar schade had kunnen beperken. Door na te laten gebruik te maken van deze mogelijkheid is de schade die Strukton heeft geleden daarom ook deels aan haarzelf te wijten. De rechtbank is wel van oordeel dat het verwijt aan Arboned beduidend groter is en ziet daarom aanleiding om 20% van de schade voor rekening van Strukton zelf te laten komen.