Naar boven ↑

Rechtspraak

Intertaste/werknemer
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 17 maart 2015
ECLI:NL:GHDHA:2015:1121

Intertaste/werknemer

Ontslag van slechts één werknemer, neemt niet weg dat sprake is van een reorganisatieontslag. Uitleg reikwijdte artikel 4 Wet op de loonvorming en geldigheid cao.

De centrale vraag in de onderhavige procedure is of de Sociale Begeleidingsregeling (SBR) van toepassing is. Volgens Intertaste BV is dit niet het geval, omdat de handtekeningen onder de cao ontbreken, niet is voldaan aan artikel 4 lid 3 van de Wet op de loonvorming, dat de SBR hier niet van toepassing is, omdat het niet om een reorganisatie gaat en het ontslag van werknemer een individueel ontslag is en de looptijd is geëxpireerd.

Het hof oordeelt als volgt. De omstandigheid dat handtekeningen in de overgelegde print ontbreken doet niet af aan het bestaan van de cao. In artikel 4 lid 1 van de Wet op de loonvorming (die de overheid de mogelijkheid biedt in te grijpen in de loonontwikkeling) is bepaald dat partijen van het sluiten, wijzigen of opzeggen van een cao schriftelijk mededeling doen aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Daarbij moeten de tekst van de cao en de toelichting worden overgelegd. Artikel 4 lid 3 van de wet bepaalt vervolgens dat een cao eerst in werking kan treden met ingang van de dag volgende op die waarop de minister de kennisgeving van ontvangst van de cao aan partijen heeft verzonden. Het betekent dat de rechtsgevolgen die de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst aan een cao verbindt, eerst in werking kunnen treden als aan het bepaalde in artikel 4 is voldaan. Het hof onderschrijft het standpunt van Intertaste niet. Onbetwist staat vast dat de omstreden cao is gesloten door Campbell’s als werkgever. Intertaste is rechtsopvolger van Campbell’s. Het had op haar weg als rechtsopvolger gelegen te stellen en zo nodig te bewijzen dat aan de cao het gebrek kleefde dat verzuimd is deze aan te melden bij de minister; in haar positie van rechtsopvolger van de contracterende werkgever mag immers ervan worden uitgegaan dat zij in haar domein beschikt over informatie of de cao is aangemeld en of de minister de ontvangst heeft bevestigd. Nu zij daaromtrent in het vage blijft heeft de kantonrechter terecht het verweer van Intertaste gepasseerd. Een reden temeer om de stelplicht in dezen bij Intertaste te leggen is dat de omstreden cao (met een looptijd van 1 augustus 2010 t/m 31 juli 2011) bij het ministerie kennelijk is aangemeld, zoals is na te lezen op de voor een ieder toegankelijke website van het ministerie (http://cao.szw.nl). Daar staat bij: ‘k.v.o. 18.10.2010’, waaruit het hof afleidt dat het ministerie de kennisgeving van ontvangst heeft verzonden op 18 oktober 2010. Vooralsnog mag op grond van deze gegevens worden aangenomen dat de cao is aangemeld bij de minister en dat deze de kennisgeving van ontvangst aan partijen heeft verzonden. Nu het aan Intertaste is het tegendeel te stellen en zo nodig te bewijzen maar zij daaraan niet voldoet, gaat het hof ervan uit dat aan het bepaalde in artikel 4 is voldaan. Het hof is met de kantonrechter van oordeel dat het hier niet gaat om een individueel ontslag. Werknemers functie is vervallen als gevolg van de overname door Intertaste. De overname was vergelijkbaar met een reorganisatie, nu werknemer als werknemer geconfronteerd werd met de voor hem nadelige gevolgen die de nieuwe koers binnen de onderneming voor zijn werkzaamheden had. Het hof onderschrijft het oordeel van de kantonrechter dat het fei, dat werknemer de enige is die als gevolg van de overname zijn baan verliest, dit niet anders maakt.