Naar boven ↑

Rechtspraak

Avis Budget Autoverhuur/werknemer
Hoge Raad, 26 juni 2015
ECLI:NL:HR:2015:1747

Avis Budget Autoverhuur/werknemer

Werkgever aansprakelijk voor val over stofzuigerslang en op stoeprand. Schending waarschuwingsplicht in het licht van artikel 3.11 Arbeidsomstandighedenbesluit.

(Cassatieberoep van AR 2014-0497.) Werknemer heeft, stellende dat hij op 13 februari 2008 bij het schoonmaken van een bestelbusje van Avis ten val is gekomen, Avis op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk gesteld. Hij had een bestelbus eerst schoongemaakt en ging deze daarna stofzuigen. Toen hij ter hoogte van het rechtervoorwiel achterwaarts bij het portier uit de bestelbus naar buiten stapte, stapte hij op de slang van de stofzuiger, waardoor hij ten val kwam met zijn rechterpols op de stoeprand (de auto stond deels op de weg deels op de stoep), waardoor hij letsel heeft opgelopen. Werknemer heeft vervolgens een verklaring voor recht gevorderd dat Avis zijn schade in verband met het bedrijfsongeval van 13 februari 2008 dient te vergoeden, nader op te maken bij staat. De kantonrechter heeft deze vordering afgewezen, stellende dat sprake is van een zogenoemd huis-tuin-en-keukenongeval (het vallen over een stofzuigerslang). Het hof oordeelde anders. Van de werkgever mag worden verwacht dat hij de werkplaats zodanig inricht dat deze geschikt is om er schoonmaakwerkzaamheden in te verrichten en dat, zo dat niet mogelijk is, de werknemers duidelijk worden geïnstrueerd hoe zij die werkzaamheden zo veilig mogelijk kunnen verrichten. Dat houdt mede in dat de werknemers op een gelijke ondergrond kunnen werken. Een werkgever dient zodanige maatregelen te nemen als redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat een werknemer door een niveauverschil in de ondergrond schade lijdt (zie HR 13 juli 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA7355). Avis klaagt in cassatie onder meer dat het hof heeft miskend dat bij een eenvoudige handeling als het stofzuigen van een bestelbus, welke handeling niet kan worden aangemerkt als een risicovolle bezigheid en waaraan geen bijzonder gevaar is verbonden, artikel 7:658 BW de werkgever niet verplicht tot het geven van instructies, noch tot het treffen van andere veiligheidsmaatregelen ter voorkoming van het struikelen over de stofzuigerslang.

De advocaat-generaal (Langemeijer) concludeert als volgt. Artikel 7:658 BW beoogt geen absolute waarborg te scheppen voor bescherming tegen gevaar. Er kan sprake zijn van schade die thuis hoort in de risicosfeer van de werknemer. Men spreekt in dit verband wel van ‘huis-tuin-en-keukenongevallen’, ‘alledaagse gevaren’, ‘algemeen bekende gevaren’, ‘ongelukkige samenloop van omstandigheden’, of van het in acht nemen van ‘de normale voorzichtigheid’ door de werknemer. Het kan dus zo zijn dat, in gegeven omstandigheden, een werkgever geen specifieke maatregelen behoeft te nemen tegen het gevaar van ontstaan van letsel bij: het smeren van broodjes met een scherp mes; het uitglijden op een natte vloer; het vallen door een gat in een dak; het verliezen van het evenwicht bij het schoonmaken van een koffievlek; het van een magazijn pakken van een doos met een daartoe niet bijzonder geschikt trapje; het dichtklappen van een laaddeur van een vrachtwagen door harde wind; of het uitglijden over een gemorste plas koffie op een trap. Het hof heeft zijn oordeel niet gebaseerd op het oordeel dat stofzuigen in het algemeen of specifiek het stofzuigen van een bestelbusje een (bijzonder) gevaar meebrengt waartegen de werkgever maatregelen zou moeten nemen. Het hof heeft zijn oordeel toegespitst op het hoogteverschil bij de stoeprand. Het hof heeft overwogen dat van een werkgever mag worden verwacht dat hij de werklocatie zodanig inricht dat deze geschikt is om schoonmaakwerkzaamheden in te verricht en dat, zo dat niet mogelijk is, de werknemers worden geïnstrueerd hoe zij die werkzaamheden zo veilig mogelijk kunnen verrichten. Het eerste vereiste houdt volgens het hof mede in dat werknemers op een ondergrond van gelijk niveau kunnen werken. Het tweede betekent dat Avis – als zij, naar eigen zeggen, het hoogteverschil (de stoeprand) niet kan wegnemen − maatregelen had behoren te nemen ten einde te voorkomen dat een werknemer door het niveauverschil schade lijdt. Het hof heeft vastgesteld dat Avis in wezen aan de werknemers zelf overliet hoe zij de busjes wilden schoonmaken: in de werkplaats of daarbuiten. Avis klaagt nog dat van hem niet gevergd kan worden de stoeprand weg te halen. Dat is ook niet nodig. Een waarschuwing had volstaan: ‘Pas op afstapje’.

De Hoge Raad oordeelt als volgt. De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.