Naar boven ↑

Rechtspraak

Dierenartsenpraktijk Hardenberg-Gramsbergen-Dedemsvaart/werkneemster
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Assen), 29 april 2015
ECLI:NL:RBNNE:2015:1908

Dierenartsenpraktijk Hardenberg-Gramsbergen-Dedemsvaart/werkneemster

Beroep op dwaling werkgever bij sluiten vaststellingsovereenkomst faalt. Concurrentie door dierenarts na einde arbeidsovereenkomst is in beginsel niet onrechtmatig. Aanhouding zaak voor bewijslevering.

Werkneemster is als dierenarts in dienst geweest van de Dierenartsenpraktijk te Dedemsvaart. Op 29 december 2010 is een beëindigingsovereenkomst (zonder concurrentiebeding) gesloten. Werkneemster heeft in maart 2011 in Dedemsvaart en omgeving flyers verspreid over de opening van een eigen dierenartspraktijk in Dedemsvaart. Centrale vraag is of de Dierenartsenpraktijk terecht de partiële vernietigbaarheid van de vaststellingsovereenkomst heeft ingeroepen wegens dwaling, voor zover het betreft de verplichting van Dierartsenpraktijk tot betaling aan werkneemster van de beëindigingsvergoeding van € 21.381,76. De Dierenartsenpraktijk voert aan dat bij een juiste voorstelling van zaken de beëindigingsovereenkomst niet zou zijn gesloten. Werkneemster heeft de Dierenartsenpraktijk voorafgaand aan het sluiten van de beëindigingsovereenkomst niet geïnformeerd over het feit dat zij per 1 april 2011 een eigen praktijk in Dedemsvaart zou starten. Bovendien heeft werkneemster in november 2010 – toen over een concurrentiebeding werd gesproken – duidelijk aangegeven dat de zorg van de Dierenartsenpraktijk dat zij een eigen praktijk in Dedemsvaart zou starten ongegrond was. Voorts stelt de Dierenartsenpraktijk dat werkneemster onrechtmatig heeft gehandeld door een concurrerende onderneming te starten.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het door de Dierenartsenpraktijk gedane beroep op dwaling kan om meerdere redenen geen doel treffen. De stelling dat de Dierenartsenpraktijk bij het sluiten van de beëindigingsovereenkomst een onjuiste voorstelling van zaken had, is niet aannemelijk. In de correspondentie die aan de beëindigingsovereenkomst vooraf is gegaan, had werkneemster een en andermaal geweigerd om akkoord te gaan met het aangaan van een concurrentiebeding. Nu het door de Dierenartsenpraktijk gewenste concurrentiebeding uitbleef, had zij vóór het aangaan van de beëindigingsovereenkomst moeten beseffen dat de mogelijkheid openbleef dat werkneemster zich als dierenarts in Dedemsvaart of (nabije) omgeving zou gaan vestigen. Dat werkneemster voorafgaand aan het sluiten van de beëindigingsovereenkomst heeft gezegd dat de Dierenartsenpraktijk zich geen zorgen hoefde te maken dat zij zich als dierenarts te Dedemsvaart zou vestigen, of woorden van gelijke strekking, is door haar uitdrukkelijk en gemotiveerd betwist en door de Dierenartsenpraktijk ook niet nader onderbouwd. Als de Dierenartsenpraktijk bij het aangaan van de beëindigingsovereenkomst al zou hebben gedwaald, dient deze dwaling in verband met de aard van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval voor haar rekening te blijven.

Het enkele feit dat werkneemster in Dedemsvaart na afloop van het dienstverband een eigen dierenartspraktijk is begonnen, is niet onrechtmatig jegens de Dierenartsenpraktijk. In beginsel is een dergelijke concurrentie geoorloofd. De kantonrechter is van oordeel dat indien, zoals de Dierenartsenpraktijk gemotiveerd stelt, werkneemster met gebruikmaking van (bedrijfsvertrouwelijke) kennis en informatie waarover zij uit hoofde van haar dienstverband met de Dierenartsenpraktijk beschikte, stelselmatig en structureel duurzame relaties van de Dierenartsenpraktijk zou hebben benaderd om hun relatie met de Dierenartsenpraktijk stop te zetten en om over te stappen naar de eigen dierenartspraktijk van werkneemster te Dedemsvaart, dit onrechtmatig is jegens de Dierenartsenpraktijk. Nu werkneemster deze stelling echter gemotiveerd heeft betwist, dient de Dierenartsenpraktijk haar stelling te bewijzen. Overeenkomstig het gedane bewijsaanbod zal de Dierenartsenpraktijk tot dit bewijs worden toegelaten. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden in afwachting van de uitkomst van de bewijslevering.