Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank B.A.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 24 juni 2015
ECLI:NL:RBAMS:2015:4077

werkneemster/Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank B.A.

Afwijken van uitgangspunt in cao dat na een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt aangeboden, is niet duidelijk aan werkneemster gecommuniceerd of schriftelijk vastgelegd. Toewijzing loonvordering en wedertewerkstelling.

Werkneemster is op 1 december 2011 in dienst getreden van Rabobank X. De arbeidsovereenkomst had een looptijd van een jaar en is na ommekomst daarvan verlengd voor dezelfde periode. Werkneemster heeft haar arbeidsovereenkomst met Rabobank X opgezegd tegen 14 april 2013. Per 15 april 2013 is werkneemster in dienst getreden bij Rabobank Nederland in een andere functie. Ook hier werkte zij op basis van een arbeidsovereenkomst voor een jaar, die na afloop van die periode is verlengd voor weer een jaar, derhalve tot 15 april 2015. De laatste arbeidsovereenkomst van werkneemster is niet verlengd, na aanzegging door Rabobank Nederland. Op de hiervoor genoemde arbeidsovereenkomsten is de Rabobank-cao van toepassing. Werkneemster stelt dat haar op grond van de CAO Rabobank een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aangeboden had moeten worden. Dat is immers volgens de tekst van die cao de hoofdregel en er zijn geen redenen voor een uitzondering daarop. Werkneemster vordert loondoorbetaling en wedertewerkstelling.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Uit de bewoordingen in de tekst van de CAO Rabobank en de daarbij behorende schriftelijke toelichting volgt dat uitgangspunt is dat een werknemer een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt aangeboden. Uitzonderingen op dit uitgangspunt zijn mogelijk. In de toelichting bij de CAO Rabobank wordt een aantal situaties benoemd waarin van de regel zou kunnen worden afgeweken. Deze opsomming is, gelet op de woorden ‘Mogelijke redenen’ niet limitatief bedoeld. Zonder betekenis zijn zij daarom echter niet. Alle voorbeelden zien op een situatie waarin sprake is van een tijdelijke disbalans tussen de hoeveelheid te verrichten werk en de beschikbaarheid van vast personeel. De situatie van werkneemster valt hier niet onder de scharen. Het aanbieden van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd teneinde gedurende die bepaalde tijd te kunnen vaststellen of een werknemer de voor de functie vereiste kwalificaties heeft, kan niet zonder meer in strijd met de CAO Rabobank worden geacht. Dat werkneemster op 15 april 2013 geen contract voor onbepaalde tijd is aangeboden wordt daarom in beginsel niet in strijd met de CAO Rabobank geacht.

De vraag is of na een eerste arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd het wederom aangaan van een (tweede) arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd in overeenstemming is met de CAO Rabobank. Zonder nader onderzoek naar de feiten, waarvoor een kort geding zich niet leent, kan niet worden vastgesteld of en op welke wijze met werkneemster is gecommuniceerd over de verlenging van haar contract voor (opnieuw) bepaalde tijd. Gezien het feit dat het hier gaat om een afwijking van een in de CAO Rabobank opgenomen uitgangspunt had het op de weg van Rabobank Nederland gelegen ervoor zorg te dragen dat de feiten en omstandigheden die aan deze afwijking ten grondslag liggen duidelijk aan werkneemster zouden zijn meegedeeld en dat deze communicatie schriftelijk zou zijn vastgelegd. Nu Rabobank Nederland dit heeft nagelaten kan niet worden vastgesteld of aan de afwijking van het in de CAO Rabobank opgenomen uitgangspunt een gerechtvaardigde reden ten grondslag heeft gelegen en of Rabobank Nederland in zoverre heeft gehandeld overeenkomstig artikel 7:611 BW. Derhalve moet er in het kader van dit kort geding van uit worden gegaan dat dit niet het geval is. Het verweer van Rabobank Nederland dat werkneemster geen nakoming van de betreffende cao-bepaling kan afdwingen, wordt niet gevolgd. De CAO Rabobank is immers in de arbeidsovereenkomst van toepassing verklaard. Rabobank Nederland wordt veroordeeld tot loondoorbetaling en tot wedertewerkstelling van werkneemster. Ook dient de toepassing van de personeelscondities op werkneemster weer te worden hersteld.