Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting Hoger Beroepsonderwijs Haaglanden en Rijnstreek
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 30 juni 2015
ECLI:NL:GHDHA:2015:1695

werknemer/Stichting Hoger Beroepsonderwijs Haaglanden en Rijnstreek

Werknemer dient door werkgever afgedragen loonheffing over uiteindelijk onverschuldigd betaalde schadevergoeding uit hoofde van kennelijk onredelijk ontslag terug te betalen.

Werknemer is in dienst geweest van Haaglanden. In april 2009 is aan werknemer in een zogenoemde kennelijk-onredelijkontslagprocedure een bedrag van € 51.400 bruto ter zake van schadevergoeding toegekend. Op 1 september 2009 heeft Haaglanden op de derdenrekening van de gemachtigde een bedrag betaald van € 37.000, zijnde het netto equivalent van: (1) het brutobedrag van € 51.400 en (2) de daarover verschuldigde bruto rentevergoeding ad € 13.272,84. Ultimo 2009 heeft Haaglanden de loonheffing over de bruto schadevergoeding en rentevergoeding, in totaal een bedrag van € 27.162,59, aan de fiscus afgedragen. De Hoge Raad heeft het arrest van het hof vernietigd en na verwijzing heeft het verwijzingshof de vordering van werknemer alsnog afgewezen. In geschil is of werknemer aan Haaglanden bij het terugbetalen van de schadevergoeding ook de afgedragen fiscale inkomsten dient terug te betalen.

Het hof oordeelt als volgt. Haaglanden heeft als inhoudingsplichtige (art. 6 Wet op de Loonbelasting 1964) de loonheffing – als voorheffing op de door werknemer verschuldigde inkomstenbelasting – ingehouden op de aan werknemer toegekende bedragen, en afgedragen aan de fiscus. Door deze afdracht heeft Haaglanden voor/ten behoeve van werknemer aan de fiscus betaald. Deze betalingen, zowel die aan werknemer zelf als die aan de fiscus, vinden hun rechtsgrond in de veroordelingen in het arrest van dit hof van 14 april 2009. Die rechtsgrond is komen te ontvallen door de vernietiging van genoemd arrest bij arrest van de Hoge Raad van 3 september 2010. Deze betalingen zijn daarom onverschuldigd gedaan in de zin van artikel 6:203 lid 2 BW (HR 19 februari 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2854). Werknemer is gehouden deze bedragen aan Haaglanden terug te betalen. Voor zover werknemer stelt dat het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is om deze bedragen terug te betalen (art. 6:2 lid 2 BW), is dat onvoldoende onderbouwd. Uit de door werknemer overgelegde brief van de Belastingdienst is niet af te leiden dat Haaglanden de door haar afgedragen bedragen kan terugvragen en/of verrekenen, hetgeen zij gemotiveerd heeft betwist.