Naar boven ↑

Rechtspraak

Europese Commissie/Ierland
Hof van Justitie van de Europese Unie, 9 juli 2015
ECLI:EU:C:2015:449

Europese Commissie/Ierland

Commissie slaagt niet in bewijs van schending Arbeidstijdenrichtlijn voor artsen in opleiding Ierland.

In de onderhavige zaak verzoekt de Europese Commissie het Hof vast te stellen dat Ierland de bepalingen van Richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd (PB L 299, p. 9) niet toepast op de organisatie van de arbeidstijd van artsen in opleiding (niet-consulterende ziekenhuisartsen (‘non-consultant hospital doctors’; hierna: NCHD’s)), en bijgevolg de krachtens de artikelen 3, 5, 6, 17 lid 2 en 5, van deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen.

Het Hof van Justitie EU oordeelt als volgt. Het is aan de Commissie om de niet-naleving aan te tonen. Volgens de Commissie vormen de geplande en beschermde opleidingsuren extern ‘arbeidstijd’ bij de de werkgever. Het Hof oordeelt dat de Commissie er niet in is geslaagd aan te tonen dat de artsen in opleiding gedurende deze opleidingsuren ook fysiek op een door de werkgever aangewezen plaats moesten zijn, zodat van arbeidstijd geen sprake is. De verruiming van de referteperiode bij cao tot twaalf maanden voor de berekening van de arbeidstijd, is daarentegen in strijd met de richtlijn.