Naar boven ↑

Rechtspraak

RET N.V./werkneemster
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 28 mei 2015
ECLI:NL:RBROT:2015:5126

RET N.V./werkneemster

Arbeidsovereenkomst buschauffeur wordt wegens dringende reden ontbonden vanwege rijden onder invloed van alcohol.

Werkneemster is per 6 januari 2003 bij de rechtsvoorgangster van RET in dienst getreden in de functie van buschauffeur. Binnen RET geldt sinds 1998 een alcohol- en drugsbeleid. Hierin is uitdrukkelijk bepaald dat het onder invloed verkeren van alcohol tijdens het werk niet is toegestaan. Op maandag 2 maart 2015 is werkneemster iets na 06:00 uur met haar dienst gestart. Een alcoholblaastest om 09:45 uur wees uit dat werkneemster een alcoholpromillage van 0,17 in haar bloed had. Een zelfde test om 09:47 uur gaf een alcoholpromillage aan van 0,19. RET verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair wegens een dringende reden. RET heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat werkneemster haar verantwoordelijkheid als buschauffeur ernstig heeft veronachtzaamd door onder invloed van alcohol haar dienst aan te vangen en een bus vol passagiers te besturen.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkneemster betwist niet dat zij op de zaterdag- en zondagavond voorafgaand aan de aanvang van haar werkdag op maandag 2 maart 2015 om 06:00 uur alcohol heeft genuttigd. Zij heeft de juistheid van de uitkomst van de alcoholblaastest(en) onvoldoende gemotiveerd betwist. Haar stelling dat zij had moeten worden gewezen op de mogelijkheid een derde test te ondergaan bij de politie, miskent dat de mogelijkheid waarnaar werkneemster verwijst, ziet op het geval dat er twijfel is over de juistheid van de ademanalyse die is uitgevoerd op het kantoor van RET. Die twijfel was er echter niet. Nadat werkneemster verbaasd had gereageerd op de uitslag van de eerste test, is een tweede test afgenomen. Die bevestigde de uitslag van de eerste test. Wellicht heeft dat de verbazing onverlet gelaten, de twijfel was toen wel weggenomen. Het staat vast dat RET een zero-tolerancebeleid voor bestuurders hanteert ten aanzien van alcohol. Gelet op de uitslagen van de blaastest(en) was werkneemster op maandagochtend 2 maart dan ook in overtreding van het beleid van RET. Werkneemster erkent dat zij bekend was met voornoemd beleid van RET, maar voert aan dat zij niet kon of moest weten dat er nog een residu alcohol in haar bloed zat bij aanvang van haar dienst op maandagochtend. Dit verweer wordt niet gevolgd. Dat sprake is van een vertraagde afbraak van alcohol is onvoldoende (medisch) onderbouwd. Onder verwijzing naar de alcoholcalculator op de website van Jellinek wordt geoordeeld dat het op basis van de thans beschikbare gegevens zeer aannemelijk is dat werkneemster ten tijde van het aanvangen van haar dienst op maandagochtend een alcoholpromillage had dat het (voor haar) geldende wettelijk toegestane maximum van 0,5 overschreed. De gedraging van werkneemster is daarmee, los van werknemersverplichtingen, te kwalificeren als een strafrechtelijk delict. Het overschrijden van de wettelijk vastgestelde norm voor alcoholgebruik in het verkeer is in de functie van buschauffeur onaanvaardbaar. Dat collega X er blijkbaar voor heeft gekozen om alleen de leidinggevende van werkneemster in te schakelen en werkneemster niet reeds zelf aan te spreken op de door hem waargenomen alcohollucht kan niet aan RET worden toegerekend en doet niet af aan de dringendheid van de gestelde reden en de ernst van de overtreding van werkneemster. Immers, niet is betwist dat de leidinggevende van werkneemster wél direct in actie is gekomen (opdracht heeft gegeven tot het ondernemen van actie door X) nadat zij door X was geïnformeerd. De arbeidsovereenkomst wordt wegens een dringende reden ontbonden.