Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Noord-Nederland (Locatie Leeuwarden), 22 juli 2015
ECLI:NL:RBNNE:2015:3627

werknemer/werkgever

Schorsing directeur school wegens disfunctioneren. Afwijzing vordering tot wedertewerkstelling. Er is geen andere passende functie als bedoeld in artikel 9 Ontslagregeling beschikbaar en werknemer heeft een wel passende functie (leerkracht) meermalen geweigerd.

Werknemer is sinds 1980 in dienst en werkzaam op een school, laatstelijk als directeur. Op de arbeidsovereenkomst zijn de Collectieve Arbeidsovereenkomst 2014-2015 voor het Primair Onderwijs (hierna te noemen: CAO PO 2014-2015) en de Werkloosheidsregeling onderwijspersoneel primair onderwijs (hierna te noemen: WOPO) van toepassing. Vanaf 2007-2008 hebben er verschillende coachingstrajecten, zowel gericht op het functioneren van de teamleden als op het functioneren van werknemer, plaatsgevonden. In april en mei 2014 hebben wederom gesprekken plaatsgevonden over het functioneren van werknemer. Overeengekomen is om een 360 graden feedback-instrument te gebruiken om op competentieniveau in kaart te brengen wat de huidige situatie is van het functioneren van werknemer. De uitkomst van de 360 graden-feedback heeft het college van bestuur van de stichting reden gegeven tot bezorgdheid en is voor het college aanleiding geweest om vervolgstappen te nemen. Er is een verbetertraject gestart. Op 23 maart 2015 is werknemer geschorst, omdat er geen verbeteringen waren in zijn functioneren en het merendeel van het team op de school geen vertrouwen heeft in werknemer als directeur. Werknemer vordert wedertewerkstelling in zijn eigen, dan wel een andere passende functie.

De kantonrechter oordeelt als volgt. In haar beschikking van heden (zie AR 2015-0679) heeft de kantonrechter geoordeeld dat sprake is van een redelijke grond tot beëindiging van het dienstverband omdat werknemer ongeschikt is voor de bedongen arbeid als bedoeld in artikel 7:669 lid 3 aanhef en onder d BW en de arbeidsovereenkomst op die grond op verzoek van de stichting ontbonden is. Het verzoek tot wedertewerkstelling in de functie van directeur wordt afgewezen. Los van de vraag of herplaatsing in een andere functie juridisch mogelijk is in het onderwijs zonder voorafgaand ontslag uit de functie van directeur, is de kantonrechter van oordeel dat herplaatsing van werknemer in een andere passende functie binnen een redelijke termijn niet in de rede ligt. Ingevolge artikel 9 lid 3 van de Ontslagregeling is van een passende functie sprake wanneer deze aansluit bij de opleiding, ervaring en capaciteiten van de werknemer. Ten aanzien van de vacature voor een directeur overweegt de kantonrechter – net als in haar beschikking van 22 juli 2015 – dat werknemer naar het oordeel van de kantonrechter niet geschikt is voor de door hem uitgeoefende functie van directeur, zodat herplaatsing in een andere directeursfunctie niet tot de mogelijkheden behoort. De functies waarvan werknemer heeft gesteld dat deze voor hem passend zijn, te weten IB'er of adjunct-directeur – zoals onbetwist door de stichting gesteld – komen niet binnen het functiebouwwerk van de stichting voor, zodat herplaatsing in een dergelijke functie bij de stichting niet tot de mogelijkheden behoort. Ten aanzien van de aan werknemer aangeboden functie van leerkracht, die de kantonrechter – gezien de jarenlange ervaring van werknemer als leerkracht – passend acht, overweegt de kantonrechter dat werknemer deze meerdere malen als niet passend heeft geweigerd. Volgt afwijzing van de vorderingen.