Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgever c.s.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 16 april 2014
ECLI:NL:RBMNE:2014:7518

werkneemster/werkgever c.s.

Kennelijk onredelijk ontslag vanwege onjuist toepassing afspiegelingsbeginsel. Aanhouding zaak voor bewijslevering.

Werkneemster is sinds 1992 in dienst. Laatstelijk is zij werkzaam in de functie van administratief medewerkster. Na verkregen toestemming van het UWV is de arbeidsovereenkomst tegen 1 mei 2013 wegens bedrijfseconomische redenen opgezegd. Werkneemster vordert voor recht te verklaren dat de opzegging kennelijk onredelijk is, primair omdat sprake is van een valse of voorgewende reden en subsidiair op grond van het gevolgencriterium.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkneemster meent dat niet zíj niet voor ontslag in aanmerking had moeten komen maar mevrouw D, omdat ze hetzelfde werk deden en mevrouw D later in dienst is getreden en op grond van het afspiegelingsbeginsel derhalve eerder voor ontslag in aanmerking kwam. De kantonrechter acht gelet op overgelegde loonstroken voorshands bewezen dat mevrouw D (voor het ontslag van werkneemster) in hoofdzaak administratieve en planningswerkzaamheden verrichtte. Werkgever zal worden toegelaten tot het leveren van tegenbewijs. Als werkgever in de bewijslevering faalt dan moet worden aangenomen dat niet werkneemster voor ontslag had moeten worden voorgedragen maar mevrouw D. Als werkgever slaagt in het leveren van tegenbewijs dan dient de kantonrechter te beoordelen of desalniettemin sprake is van een valse of voorgewende reden voor ontslag omdat er sprake is van overgang van onderneming van werkgever naar B. De kantonrechter vermag niet in te zien dat wanneer wordt aangenomen dat sprake is van overgang van onderneming dit leidt tot de conclusie dat sprake is van een valse of voorgewende reden. Weliswaar bepaalt artikel 7:670 lid 8 BW dat een arbeidsovereenkomst niet kan worden opgezegd wegens een overgang van onderneming. Dat werkgever de opzegging nastreefde wegens die overgang is gesteld noch gebleken. Voor zover werkneemster heeft bedoeld te stellen dat de overgang van onderneming van belang is voor de vraag welke gedaagde(n) eventueel moet(en) worden veroordeeld tot betaling van enige vorm van schadevergoeding, oordeelt de kantonrechter dat werkneemster met de verwijzing naar het uittreksel van de Kamer van Koophandel de gestelde overgang van onderneming onvoldoende heeft onderbouwd. Volgt aanhouding van de beslissing.