Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgever
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Lelystad), 19 maart 2014
ECLI:NL:RBMNE:2014:7533

werkneemster/werkgever

Onderscheid in beloning van tandartsen die in het buitenland zijn afgestudeerd is geoorloofd

Werkneemster is op 23 maart 2011 voor de duur van vijf jaar in dienst getreden bij werkgever in de functie van tandarts tegen een basissalaris van € 2.805 bruto per maand. Partijen zijn voorts een bonusregeling overeengekomen van 20% van de omzet voor dat deel dat boven een bedrag van € 18.500 uitstijgt. Werkneemster is in Spanje afgestudeerd als tandarts en heeft zich laten registreren in het BIG-register. Zij heeft bij brief van 27 juni 2012 de arbeidsovereenkomst tussentijds opgezegd met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden tegen 1 oktober 2012. Werkgever deelt bij brief van 2 juli 2012 mede dat per 8 juli 2012 ontslag zal worden verleend. Werkneemster vordert betaling van loon van 1 juli 2012 tot en met 7 juli 2012, alsmede de eindafrekening van vakantiegeld en niet genoten vakantiedagen. Tevens wordt het door werkgever gegeven ontslag per 8 juli 2012 als onregelmatig aangemerkt, aangezien de beëindiging per 1 augustus 2012 is overeengekomen. Tot slot wordt aanspraak gemaakt op aanvulling van het salaris gedurende het dienstverband gelijk aan het salaris dat aan tandartsen die in Nederland zijn opgeleid is uitbetaald. Werkgever heeft op grond van artikel 14 van de arbeidsovereenkomst aanspraak gemaakt op vergoeding van de gemaakte opleidings- en trainingskosten.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Werkgever maakt onderscheid in de beloning van tandartsen die in het buitenland zijn afgestudeerd ten opzichte van tandartsen die in Nederland zijn afgestudeerd. Zo geldt voor tandartsen uit het buitenland een aanvangssalaris van € 2.833 bruto en voor tandartsen uit Nederland een aanvangssalaris van € 3.263 bruto. Werkneemster stelt dat werkgever onderscheid maakt in de arbeidsvoorwaarden op basis van nationaliteit, hetgeen in strijd is met artikel 5 lid 1 aanhef en onder e AWGB. De kantonrechter is van oordeel dat aan partijen in beginsel een grote mate van beleidsvrijheid wordt geboden om invulling te geven aan de hoogte van de beloning. Het onderscheid dat werkgever maakt is niet ongeoorloofd. Het door werkgever gemaakte indirecte onderscheid naar nationaliteit vloeit voort uit de gerechtvaardigde afweging dat tandartsen, die in het buitenland zijn afgestudeerd bij aanvang van het dienstverband bepaalde competenties missen om volledig en geheel zelfstandig in Nederland de tandartsenpraktijk uit te voeren. De vordering tot toekenning van een gelijke beloning als in Nederland afgestudeerde tandartsen wordt afgewezen. Nu de salarisschaal 59 onderdeel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst, dient het salaris na  één jaar dienstverband te worden verhoogd naar € 3.018. Dit onderdeel van de vordering wordt toegewezen. De loonvordering van werkneemster van 1 juli 2012 tot en met 7 juli 2012 wordt niet betwist en wordt toegewezen. Gebleken is dat de arbeidsovereenkomst feitelijk op 8 juli 2012 is beëindigd en dat de rechtsvordering wegens onregelmatig ontslag eerst op 26 juni 2013 aanhangig is gemaakt. Dit onderdeel van de vordering zal wegens verjaring worden afgewezen. Nu werkgever geen verlofregistratie heeft overgelegd, wordt de door werkneemster gevorderde uitbetaling van openstaande verlofuren (50,77 uur) toegewezen.

Partijen verschillen van mening in hoeverre de opleidingskosten door werkneemster dienen te worden terugbetaald op grond van artikel 14 van de arbeidsovereenkomst. Indien bij tussentijdse opzegging sprake is van gewichtige redenen voor die opzegging, heeft de werkgever geen terugvorderingsrecht. De in de opzeggingsbrief van werkneemster genoemde redenen, bestaande uit het tekort aan assistenten, kapotte apparatuur en stoel, naast het uitblijven van de salarisverhoging, zijn onvoldoende onderbouwd om te kunnen spreken van gewichtige redenen. Alleen de opleidingskosten voor de cursus stralingsdeskundige (€ 295) komen voor vergoeding in aanmerking. De overige door werkgever gevorderde opleiding- en trainingskosten zijn onvoldoende gespecificeerd.

  • Advocaten: I. Rhodes en I. de Vink
  • Wetsartikelen: 5 lid 1 aanhef en onder e AWGB
  • Onderwerpen: Overige
  • Trefwoorden: gelijke behandeling, nationaliteit, beloning, onregelmatige opzegging en opleidingskosten