Naar boven ↑

Rechtspraak

Cabot B.V./werknemer
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 31 juli 2015
ECLI:NL:RBROT:2015:5563
Met annotatie door A.R. Houweling

Cabot B.V./werknemer

Ontbinding wegens verstoorde arbeidsrelatie. Kantonrechter vermeldt in dictum dat werkgeefster bereid is een vergoeding van € 40.000 bruto toe te kennen vanwege inkomstenderving, waarin de wettelijke transitievergoeding geacht wordt te zijn inbegrepen.

Werknemer is sinds 2001 in dienst van Cabot als operator. Cabot verzoekt ontbinding op grond van artikel 7:671b jo. 7:669 lid 3 sub g BW, onder toekenning van een vergoeding van € 40.000 aan werknemer; de wettelijke transitievergoeding wordt geacht daarin te zijn begrepen. Werknemer erkent dat een vruchtbare samenwerking niet meer mogelijk is. Hij betreurt de ontstane situatie, maar stelt dat hem geen enkel verwijt treft. Primair verzet hij zich dan ook tegen ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst. Subsidiair, voor het geval zijn arbeidsovereenkomst wel wordt ontbonden, is hij van mening dat hem een vergoeding toekomt zoals door Cabot is aangeboden.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Er is sprake van een opzegverbod omdat de werknemer ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte. Dit opzegverbod staat gezien artikel 7:671b lid 6 BW echter niet in de weg aan ontbinding, omdat het verzoek geen verband houdt met de ziekte van de werknemer. Partijen zijn het erover eens dat een zinvolle samenwerking niet meer mogelijk is. De arbeidsovereenkomst wordt derhalve ontbonden per 1 november 2015. Voor wat betreft het verzoek tot toekenning van een bedrag van € 40.000 als billijke vergoeding vanwege inkomstenderving overweegt de kantonrechter als volgt. In het kader van de beëindiging van een arbeidsovereenkomst biedt de wet de kantonrechter slechts de mogelijkheid om twee soorten vergoedingen toe te kennen, te weten de transitievergoeding of de billijke vergoeding. Toekenning van een billijke vergoeding aan een werknemer is – behoudens enkele hier niet van toepassing zijnde uitzonderingen – alleen mogelijk en bedoeld voor een geval waarin sprake is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, zoals onder andere in artikel 7:671b lid 8 sub c BW bepaald. Nu niet is gesteld of gebleken dat daarvan sprake is, kan de kantonrechter die vergoeding bij gebreke van een behoorlijke grondslag niet toekennen. Wel wordt in het dictum vermeld dat Cabot bereid is om aan werknemer een vergoeding ter hoogte van € 40.000 bruto toe te kennen vanwege inkomstenderving, waarin de wettelijke transitievergoeding geacht wordt te zijn inbegrepen, nu partijen het eens zijn over deze vergoeding.