Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 5 november 2014
ECLI:NL:RBAMS:2014:9706
De Nederlandsche Bank N.V./werkneemster
Werkneemster is sedert 1 februari 2006 in dienst van De Nederlandsche Bank (hierna: DNB) en was laatstelijk werkzaam in de functie van Toezichthouder trustkantoren en betaalinstellingen. Op het dienstverband zijn een aantal regelingen van toepassing, onder meer de regeling Onafhankelijkheid medewerkers DNB, de Gedragscode DNB en de regeling Gebruik bedrijfsmiddelen. DNB verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst, primair wegens een dringende reden. DNB stelt hiertoe dat uit onderzoek is gebleken dat werkneemster een bijbaan heeft in de prostitutie, althans dat zij naar buiten toe de schijn wekt dat dit het geval is. Zij heeft de interne regels van DNB ten aanzien van het gebruik van bedrijfsmiddelen, nevenactiviteiten en het voorkomen van reputatieschade geschonden. Zij is daardoor chantabel, en doordat een en ander bij derden bekend is geworden heeft DNB ook reputatieschade geleden. Het verzoek houdt geen verband met de arbeidsongeschiktheid van werkneemster, aldus DNB. Het verweer van werkneemster strekt tot afwijzing van het verzoek.
De kantonrechter oordeelt als volgt. Voldoende staat vast dat werkneemster met gebruikmaking van haar e-mailaccount van DNB berichten heeft gestuurd aan haar echtgenoot, haar advocaat (niet zijnde haar huidige gemachtigde) en anderen, waarvan de inhoud gerelateerd is aan activiteiten in de prostitutie, althans dat die schijn wordt opgewekt. Voorts staat voldoende vast dat er met medeweten zo niet medewerking van werkneemster activiteiten plaatsvinden in een aan haar in eigendom toebehorend pand, die voor het Stadsdeel aanleiding vormen voor een gemotiveerde (voor)aanschrijving terzake van het staken van prostitutieactiviteiten. Een telefoonnummer, dat het Stadsdeel ontving van een in het betreffende pand aangetroffen man, die verklaarde dat dit het nummer was van werkneemster, heeft het Stadsdeel geleid naar een website. Deze website bevat een groot aantal expliciete foto’s van werkneemster (soms in gezelschap van een andere vrouw). Deze foto’s zijn gedurende langere tijd toegankelijk geweest voor derden. Voldoende staat vast dat werkneemster zich heeft gedragen op een wijze waaruit derden de conclusie kunnen trekken dat zij zich actief bezighoudt met prostitutieactiviteiten. Voor derden was ook kenbaar welke functie werkneemster had bij DNB. Bij derden heeft derhalve het beeld kunnen ontstaan – en is ook het beeld ontstaan – dat werkneemster actief betrokken is bij prostitutie en tevens een hoge functie heeft bij DNB. Ook indien – zoals werkneemster aanvoert – zij zich nimmer daadwerkelijk met prostitutie heeft beziggehouden en alle activiteiten slechts dienden om een fantasie uit te leven, maakt dit beeld werkneemster chantabel. Voorts heeft werkneemster de bij DNB geldende interne regels van DNB ten aanzien van het gebruik van bedrijfsmiddelen, nevenactiviteiten en het voorkomen van reputatieschade geschonden. Het standpunt van DNB dat dit een dringende reden vormt, wordt verworpen. Wel vormt dit een wijziging van de omstandigheden op grond waarvan de arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, zonder toekenning van een vergoeding. Daarbij is nog van belang dat voldoende vast staat dat het verzoek geen verband houdt met de arbeidsongeschiktheid van werkneemster.