Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 21 april 2015
ECLI:NL:GHDHA:2015:1147
werknemer/Heijmans Vastgoed B.V. (IJsselbouw )
Werknemer (53 jaar) is door IJsselbouw ontslagen met toestemming van het UWV wegens langdurige arbeidsongeschiktheid zonder uitzicht op herstel. Volgens werknemer is de opzegging kennelijk onredelijk, omdat het UWV een ontslagvergunning heeft afgegeven, terwijl er nog sprake zou zijn van een opzegverbod. Voorts zou werknemer wel degelijk in staat zijn om zijn werkzaamheden te hervatten binnen 26 weken. De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat IJsselbouw onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft geleverd.
Het hof oordeelt als volgt. Voor zover werknemer al gevolgd moet worden in zijn stelling dat een nieuwe periode van arbeidsongeschiktheid zou hebben aangevangen waardoor het opzegverbod ex artikel 7:670 BW van kracht zou zijn, maakt dit een verleende ontslagvergunnig niet in strijd met de wet.
Naar het oordeel van het hof heeft de kantonrechter terecht geoordeeld dat geen sprake is van onvoldoende re-integratie-inspanningen van IJsselbouw. Werknemer stelt dat IJsselbouw de UWV-deskundige verkeerd heeft voorgelicht door deze voor te spiegelen dat zij voldoende re-integratiewerkzaamheden heeft verricht. IJsselbouw voert daartegen terecht aan dat werknemer de gelegenheid heeft gehad zijn standpunt aan het UWV duidelijk te maken (hij is immers gehoord en als zijn klacht dat dit te kort heeft geduurd juist is, had het op zijn weg gelegen daarover bij het UWV melding te maken zodat dit zo nodig had kunnen worden hersteld).
Het enkele feit dat werknemer is ontslagen wegens arbeidsongeschiktheid levert geen grond op voor het oordeel dat het ontslag kennelijk onredelijk is en het deswege toekennen van een vergoeding. De enkele omstandigheid dat IJselbouw de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd zonder financiƫle vergoeding levert voorts in het algemeen geen grond op voor een vordering wegens kennelijk onredelijke opzegging. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die leiden tot een ander oordeel. Ook als werknemer bij IJsselbouw in dienst was gebleven had hij het moeten doen met zijn WAO-(vervolg)uitkering; hij had op grond van de cao en de wet (art. 7:629 BW) geen recht op doorbetaling van loon.