Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgever/werknemers c.s.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 11 augustus 2015
ECLI:NL:GHARL:2015:5950

werkgever/werknemers c.s.

Uitleg CAO voor de binnenscheepvaart 2003-2005 bij systeemvaart inzake overwerkvergoeding en continutoeslag.

Werkgever drijft een onderneming voor de exploitatie van binnenvaartschepen. De werknemers behoren tot het varend personeel (in casu vier kapiteins en één matroos). Er zijn verschillende exploitatiewijzen (A1, A2 en B) met daarbij geldende verplichte rusttijden van de bemanning (Reglement onderzoek schepen op de Rijn 1995 (ROSR)). De arbeidsverhouding van de werknemers wordt voor de periode die het geschil betreft, mede beheerst door de CAO voor de binnenscheepvaart 2000-2002 respectievelijk 2003-2005. De werknemers varen in de systeemvaart (een bepaalde wijze van varen volgens de cao). Werknemers vorderen van werkgever zowel overwerktoeslag als de continutoeslag op grond van de cao.

Het hof oordeelt als volgt. Van stuiting noch verjaring is sprake. Vast staat dat de werknemers in de in deze procedure relevante periode werkzaam waren in de systeemvaart volgens een één-week-op-één-week-af-rooster met een dagelijkse diensttijd van 12 uren (11 uren arbeidstijd en 1 uur schafttijd) op een vaartuig (met een lengte van minder dan 70 meter) dat geëxploiteerd werd tussen 05:00 en 23:00 uur, dat wil zeggen in de semi-continuvaart. Het hof is van oordeel dat de in artikel 3.2 van de cao vermelde regeling met betrekking tot overwerk, evenals de regeling met betrekking tot de continutoeslag in artikel 3.7 (en ook de regeling met betrekking tot de systeemtoeslag in art. 3.6) zelfstandige aanspraken inhouden die de werknemers jegens werkgever geldend kunnen maken, aangezien het hier om verschillende vergoedingen/toeslagen gaat. Artikel 3.2 bevat een regeling die betrekking heeft op de door de werknemer buiten de diensttijd gewerkte uren die moeten worden vergoed tegen het tarief overwerk systeemvaart. Artikel 3.7 heeft betrekking op een vaste vergoeding die voortvloeit uit de exploitatie van het vaartuig in de (semi)continuvaart.

Het eerste geschilpunt is hoe ‘buiten de diensttijd’ moet worden uitgelegd. Volgens werkgever zijn dit slechts de uren bij het ‘dienstvenster’, dus na 23:00 uur tot 05:00 uur. Volgens werknemers elk uur buiten de diensttijd van 12 uur. In artikel 3.2 van de cao is – slechts – bepaald dat buiten de diensttijd gewerkte uren als overwerk worden vergoed. Het hof is van oordeel dat de hier vermelde bewoordingen ‘buiten de diensttijd’ verwijzen naar de dagelijkse diensttijd van 12 uren zoals vermeld in de aanhef van hoofdstuk 3 van de cao en in artikel 3.1 lid 2 van de cao. Met betrekking tot de in artikel 3.2 vermelde diensttijd is (verder) geen enkele beperking gesteld, behalve dat deze moet vallen binnen het zogenaamde dagvenster in de semicontinuvaart (tussen 05:00 uur en 23:00 uur). De uitleg van werkgever gebaseerd op andere hoofdstukken uit de cao, is niet relevant, daar alleen hoofdstuk 3 op de onderhavige werknemers van toepassing is.