Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Unirobe Meeus Groep B.V.
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 30 juli 2015
ECLI:NL:RBLIM:2015:6534

werknemer/Unirobe Meeus Groep B.V.

Ontbinding arbeidsovereenkomst op verzoek werknemer zonder toekenning vergoeding.

Werknemer is op 1 juni 1991 in dienst getreden van (de rechtsvoorganger van) UMG. Als gevolg van een wijzing in de organisatiestructuur is werknemer per 1 januari 2014 boventallig verklaard, waarna hij de functie accountmanager is gaan vervullen. Werknemer heeft zich op 22 juni 2015 ziek gemeld. Hij verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst onder toekenning van een vergoeding met C=1,25. Ter staving van zijn verzoek voert werknemer aan dat van hem niet langer gevergd kan worden de arbeidsrelatie voort te zetten, omdat zijn gezondheid hier ernstig onder lijdt. De door UMG opgelegde functie is geen passende functie. Bovendien heeft UMG niet zorgvuldig gehandeld en druk uitgeoefend om de nieuwe functie te aanvaarden. UMG heeft betoogd dat er wat haar betreft geen aanleiding bestaat om de arbeidsovereenkomst te beëindigen.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Bijzondere opzegverboden zijn in dit geval – waar het gaat om een werknemersverzoek – niet aan de orde. Bovendien dient een werknemersverzoek als het onderhavige, dat in belangrijke mate rust op het (grond)recht van vrije arbeidskeuze (art. 19 lid 3 Grondwet), in beginsel gehonoreerd te worden. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 september 2015. De noodzaak van de reorganisatie is erkend door de ondernemingsraad, nu deze positief heeft geadviseerd over de reorganisatie. UMG heeft conform het sociaal plan en de arbeidsvoorwaardenregeling (AVR) gehandeld. Indien werknemer de door UMG aangeboden functie van accountmanager niet passend acht, had hij zich tot de bezwarencommissie dienen te wenden en/of een civiele procedure aanhangig dienen te maken, hetgeen hij heeft nagelaten. Dat UMG onvoldoende rekening heeft gehouden met zijn ziekteverleden en de door hem gegeven signalen is – mede in het licht van het verweer – niet aannemelijk geworden. Er bestaat geen aanleiding om aan werknemer een vergoeding toe te kennen. Daar waar de nieuwe WWZ-wetgeving mogelijkheden biedt om aanverwante (met een ontbindingsverzoek verband houdende) vorderingen bij verzoek aanhangig te maken en (gezamenlijk) te behandelen, laat de oude wetgeving zulks niet toe. Nu op de onderhavige zaak de oude wetgeving van toepassing is, is er in deze procedure geen ruimte voor toekenning van een gefixeerde schadevergoeding aan UMG als bedoeld in artikel 7:677 jo. 7:680 BW. Voor zover UMG heeft gedoeld op het bepaalde in artikel 7:685 lid 8 BW ziet de kantonrechter in de gegeven omstandigheden geen aanleiding om aan UMG een vergoeding toe te kennen.