Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Bakkersland Ridderkerk B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 23 juni 2015
ECLI:NL:GHARL:2015:4555

werknemer/Bakkersland Ridderkerk B.V.

Schending van re-integratieverplichtingen maakt de opzegging kennelijk onredelijk, maar werknemer leidt geen schade door de opzegging vanwege IVA-uitkering.

Werknemer is op 29 juli 1991 in dienst getreden bij een rechtsvoorgangster van Bakkersland Utrecht B.V. Hij vervulde laatstelijk de functie van assistent-teamleider Broodbakkerij. Op 16 september 2008 is werknemer arbeidsongeschikt geworden wegens een slijmbeursontsteking aan zijn arm. Begin 2009 heeft werknemer zijn linkerpols geblesseerd en heeft uiteindelijk een kunstpols gekregen. Nadat bekend werd dat de locatie Utrecht van Bakkersland zou worden gesloten, heeft werknemer gesolliciteerd bij Bakkersland (Ridderkerk) en is daar per 7 juni 2009 aangenomen als ploegchef Bakkerij. Werknemer was op dat moment nog arbeidsongeschikt. Werknemer heeft nimmer in die functie gewerkt. Bakkersland heeft werknemer in november 2009 laten weten de functie van ploegchef Bakkerij niet langer vacant te kunnen houden. Tussen werknemer en Bakkersland is discussie ontstaan over de re-integratiemogelijkheden van werknemer en de inspanningen die Bakkersland in dat kader heeft verricht. Bij besluit van 23 februari 2012 van het UWV is aan werknemer vanaf 13 maart 2012 een IVA-uitkering toegekend ter hoogte van 75% van zijn laatstverdiende loon tot (in beginsel) het moment waarop hij de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt. Het UWV heeft werknemer blijvend en volledig arbeidsongeschikt geacht. Op 14 juni 2012 heeft Bakkersland bij het UWV een ontslagvergunning aangevraagd. Bij besluit van 27 juli 2012 is de ontslagvergunning afgegeven, waarna Bakkersland de arbeidsovereenkomst per 30 november 2012 heeft opgezegd. De kantonrechter heeft geoordeeld dat wel sprake is van een kennelijk onredelijke opzegging (schending re-integratiemogelijkheden), maar dat werknemer – vanwege zijn IVA-uitkering – geen relevante schade heeft geleden door de opzegging.

Het hof oordeelt als volgt. Voor toewijzing van de schadevergoedingsvordering van werknemer is vereist dat inkomensschade is geleden ten gevolge van het tekortschieten van Bakkersland in zijn re-integratieverplichtingen. Naar het oordeel van het hof is onvoldoende aannemelijk geworden dat indien Bakkersland eerder met de re-integratieactiviteiten was gestart, werknemer passende werkzaamheden had kunnen verrichten en geen IVA-uitkering had hoeven te ontvangen. Uit de medische rapporten volgt dat op het moment van ontslag geen arbeidsmarktperspectief voor werknemer bestond en dat er geen omstandigheden waren waardoor voorzienbaar was dat hij dat perspectief op korte termijn wel zou krijgen. Werknemer heeft niet, althans onvoldoende, onderbouwd dat als Bakkersland eerder met re-integratie was begonnen en dus wel aan haar inspanningsverplichtingen had voldaan, de beperkingen aan zijn hand en pols zodanig minder zouden zijn geworden en er zoveel verbetering zou zijn opgetreden dat hij zijn oude functie van assistent-teamleider Broodbakkerij (of een andere passende functie) had kunnen uitoefenen en hij niet op een IVA-uitkering zou zijn aangewezen. Het vorenoverwogene betekent dat niet aannemelijk is geworden dat het inkomensverlies aan de zijde van werknemer ten gevolge van de kennelijke onredelijke opzegging is ontstaan.