Naar boven ↑

Rechtspraak

Athes groen B.V./werknemer
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 24 augustus 2015
ECLI:NL:RBLIM:2015:7225

Athes groen B.V./werknemer

Afwijzing ontbindingsverzoek wegens bedrijfseconomische redenen. Verband met opzegverbod tijdens ziekte kan niet worden uitgesloten en onder het nieuwe recht zou het UWV geen toestemming hebben verleend.

Werknemer is sinds 1 maart 2010 in dienst bij Athes in de functie van hovenier A. Werknemer is sinds 10 maart 2015 arbeidsongeschikt wegens ziekte. Athes verzoekt ontbinding (art. 7:685 BW) wegens bedrijfseconomische redenen.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Aangezien het onderhavige verzoek op 30 juni 2015 ter griffie is ingediend, valt het niet onder de werking van de delen van de Wet werk en zekerheid (WWZ) die per 1 juli 2015 in werking zijn getreden. Het verzoek wordt derhalve beoordeeld aan de hand van artikel 7:685 BW. Aan het opzegverbod bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte wordt reflexwerking toegekend. Beoordeeld dient dan ook te worden of er ten aanzien van werknemer sprake is van dusdanige bijzondere omstandigheden, dat deze – ondanks zijn arbeidsongeschiktheid – een ontbinding van de arbeidsovereenkomst van juist werknemer rechtvaardigen. Het vorenstaande geldt temeer, nu op grond van de delen van de WWZ die per 1 juli 2015 in werking zijn getreden, het UWV ingevolge artikel 7 Regeling UWV ontslagprocedure – ook in het geval van een verzoek wegens bedrijfseconomische redenen – toetst of er sprake is van een opzegverbod. Indien uit het verzoek blijkt dat een dergelijk opzegverbod geldt, geeft het UWV geen toestemming om de arbeidsovereenkomst op te zeggen, tenzij redelijkerwijs verwacht mag worden dat het opzegverbod binnen vier weken na de dag waarop het UWV beslist op het verzoek niet meer geldt. Uit de overgelegde bijlagen en de daarop gegeven toelichting is voldoende aannemelijk gemaakt dat de bedrijfseconomische situatie bij Athes noopt tot ingrijpen. Athes heeft de kantonrechter evenwel niet kunnen overtuigen dat daarbij de belangen van de werknemers, en werknemer in het bijzonder, voldoende zijn betrokken. Zo ontbreekt een evenwichtig/samenhangend reorganisatieplan dat inzicht verschaft in het perspectief waarop gekoerst wordt ten aanzien van zowel de hoeveelheid voorhanden werk als de omvang en samenstelling van het personeelsbestand nadat de reorganisatie doorgevoerd zal zijn. Of bij het overbruggen van een rustigere (winter)periode het vooralsnog in stand gebleven artikel 8 lid 3 BBA een rol zou kunnen spelen, is blijkbaar door Athes niet onderzocht. Alhoewel aannemelijk is dat Athes in een kwetsbare bedrijfseconomische situatie verkeert, kan niet worden uitgesloten dat de arbeidsongeschiktheid van werknemer wegens ziekte uiteindelijk mede bepalend geweest is voor het verzoek tot ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst. Dit geldt temeer nu het UWV – zoals hiervoor reeds is aangehaald – op grond van de per 1 juli 2015 in werking getreden delen van de WWZ vanwege het geldende opzegverbod aan Athes op dit moment geen toestemming zou hebben verleend om de arbeidsovereenkomst met werknemer op te zeggen. Volgt afwijzing van het ontbindingsverzoek.