Naar boven ↑

Rechtspraak

LSI Management B.V./werknemer
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 3 juli 2015
ECLI:NL:RBROT:2015:6139

LSI Management B.V./werknemer

Ontbinding arbeidsovereenkomst vastgoedmanager wegens bedrijfseconomische redenen. Habe nichts-verweer faalt. Vergoeding met C=1 (€ 153.090 bruto).

Werknemer is sinds 18 augustus 2003 in dienst bij LSI als vastgoedmanager. LSI verzoekt de arbeidsovereenkomst wegens bedrijfseconomische redenen te ontbinden (art. 7:685 BW), zonder toekenning van een vergoeding aan werknemer.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het teruglopen en uiteindelijk ophouden van de werkzaamheden is een verandering in de omstandigheden die billijkheidshalve moet leiden tot het einde van de arbeidsovereenkomst. Het verzoek tot ontbinding wordt daarom toegewezen. LSI stelt dat er geen geld is om een billijkheidsvergoeding aan werknemer te betalen. Hoewel aangenomen kan worden dat de financiële situatie van LSI niet rooskleurig is, dit erkent werknemer ook, dit enkele feit kan in deze zaak niet tot het oordeel leiden dat geen vergoeding aan werknemer betaald moet worden. LSI is er de afgelopen jaren in geslaagd zichzelf overeind te houden door steeds afspraken te maken met de bank teneinde de verschillende vastgoedprojecten af te kunnen ronden. Bij een faillissement van LSI lijkt niemand gebaat. Illustratief in dit verband is dat LSI ondanks haar penibele financiële situatie tot op de dag van vandaag in staat is gebleken om financiering te vinden om de managementsfee van € 30.000 per maand van haar directeur te betalen. Aan werknemer wordt een vergoeding met C=1 (€ 153.090 bruto) toegekend. Het voorwaardelijk tegenverzoek van werknemer wordt afgewezen. Werknemer legt aan dit verzoek namelijk ten grondslag dat er sprake is van een vertrouwensbreuk. Tijdens de mondelinge behandeling is echter gebleken dat slechts sprake is van een zakelijk geschil met X. Van een verstoorde persoonlijke verstandhouding is geen sprake.