Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 24 juli 2015
ECLI:NL:RBDHA:2015:11140
werknemer/Jobcenter Haaglanden B.V.
Werknemer is sinds 2004 in dienst van Jobcenter. Op 15 januari 2015 heeft Jobcenter werknemer op staande voet ontslagen wegens discriminerende en beledigende uitspraken jegens de voorman. Dit ontslag heeft in rechte geen stand gehouden. Bij brief van 5 maart 2015 heeft Jobcenter werknemer een schriftelijke waarschuwing gegeven betreffende zijn werkhouding, instelling en gedrag. Op 4 maart 2015 heeft werknemer zich ziek gemeld. De bedrijfsarts achtte hem 100% arbeidsongeschikt. Jobcenter heeft werknemer op 31 maart 2015 op staande voet ontslagen. Als reden is aangevoerd dat werknemer de afgelopen maand is gevolgd door een recherchebureau en dat is geconstateerd dat werknemer iedere dag werkzaamheden heeft verricht. Werknemer heeft dit ontkend. Hij beroept zich op de vernietigbaarheid van het ontslag.
De kantonechter oordeelt als volgt. Het recherchebureau heeft op verschillende dagen in maart 2015 geconstateerd dat werknemer vroeg in de ochtend van huis vertrok met de bij werknemer sedert jaren in gebruik zijnde Mercedes-bus, meestal in gezelschap van een bijrijder, dat hij bij verschillende bedrijven langsging en dat kratten werden in- en uitgeladen. Werknemer heeft als verklaring hiervoor aangevoerd dat hij bij vrienden en kennissen langs ging om koffie te drinken en een praatje te maken. De kratten zou hij op verzoek van de eigenaar van de Mercedes-bus hebben opgehaald uit Rotterdam. De verklaring van werknemer komt de kantonrechter weinig aannemelijk voor. Daarbij wordt het volgende in aanmerking genomen. Op 31 maart 2015 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen Jobcenter en werknemer waarbij de gemachtigden aanwezig zijn. Werknemer is tijdens dit gesprek geconfronteerd met het onderzoeksrapport en hij is in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. Het valt op dat werknemer toen niet direct heeft gezegd dat hij bij vrienden en kennissen langs ging voor koffie en een praatje. Ook in de brief van zijn gemachtigde van 7 april 2015 – een week na het ontslag – wordt hiervan geen melding gemaakt. Het wordt er voorlopig voor gehouden dat werknemer tijdens zijn arbeidsongeschiktheid stelselmatig het soort werkzaamheden uitvoerde waartoe hij bij zijn werkgever beweerdelijk niet in staat zou zijn. Werknemer heeft dit onvoldoende gemotiveerd weersproken. Door zo te handelen heeft werknemer zijn verplichtingen als goed werknemer geschonden, nu van een arbeidsongeschikte werknemer verwacht mag worden dat die alles in het werk stelt om zo snel mogelijk terug te keren in zijn eigen functie. Werknemer is door Jobcenter meerdere malen gewaarschuwd dat hij zijn werkhouding en gedrag moest wijzigen. Hij had moeten begrijpen dat hij zich geen misstappen meer zou kunnen permitteren en dat het werken tijdens arbeidsongeschiktheid aanleiding zou kunnen zijn voor een ontslag op staande voet. Volgt afwijzing van de vorderingen.